Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 130 RO

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Er is een College van procureurs-generaal.

  2. 2

    Het College staat aan het hoofd van het openbaar ministerie.

  3. 3

    Het College bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden herbenoemd. De voorzitter ontvangt in verband met het verrichten van werkzaamheden als voorzitter een toelage op het salaris dat hij als procureur-generaal geniet, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Toekenning van de toelage geschiedt door Onze Minister.

  4. 4

    Ten hoogste één van de procureurs-generaal, bedoeld in het derde lid, wordt niet aangesteld als rechterlijk ambtenaar. Deze procureur-generaal wordt niet benoemd tot voorzitter van het College.

  5. 5

    De in het vierde lid bedoelde procureur-generaal wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister aangewezen, geschorst en ontslagen. Artikel 3, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 is niet van toepassing op deze procureur-generaal.

  6. 6

    Het College kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1615Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones.…

  • ECLI:NL:HR:2026:178Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Onderzoek Vidar. Eendaadse samenloop van medeplegen bereiden en aanwezig hebben van speed (art. 2.B en 2.C Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) en gewoontewitwassen van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1318Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van overtreding van art. 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, en (medeplegen van) valsheid in…

  • ECLI:NL:PHR:2025:705Parket bij de Hoge Raad, 15 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onderzoek Vidar. Medeplegen van (voorbereidingshandelingen ten behoeve van) in- en uitvoer van verdovende middelen, van handel daarin en van gewoontewitwassen. Deelname aan criminele…

  • ECLI:NL:RVS:2026:3733Raad van State, 1 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5824Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juni 2026 (bestuursrecht)

    verzet gegrond; rechtbank onbevoegd

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11758Rechtbank Gelderland, 22 september 2025 (strafrecht)

    Diefstal, opzetheling, verzet tijdens aanhouding en scooter besturen zonder geldig rijbewijs en terwijl hij onder invloed was van cocaïne. Vordering opleggen ISD-maatregel. Voldaan aan wettelijke…

  • ECLI:NL:PHR:2025:706Parket bij de Hoge Raad, 15 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onderzoek Vidar. Medeplegen van handel in verdovende middelen en (gewoonte)witwassen. Falende middelen over (rechtmatigheid) van inzet van criminele burgerinfiltrant o.g.v. art. 126w Sv…

156 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.