Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 1 RO

Geldt sinds 7 mei 2021

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.gerechten: de gerechten, genoemd in artikel 2; b.rechterlijke ambtenaren: 1°. de president van, de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad; 2°. de senior raadsheren, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven; 3°. de senior rechters A, de senior rechters, de rechters en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken; 4°. de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad; 5°. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130, vormen, met uitzondering van de procureur-generaal, bedoeld in artikel 130, vierde lid; 6°. de landelijk hoofdadvocaat-generaal bij het ressortsparket alsmede de hoofdadvocaten-generaal, de senior advocaten-generaal, de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij het ressortsparket en het parket-generaal; 7°. de hoofdofficieren van justitie, de plaatsvervangende hoofdofficieren van justitie, de senior officieren van justitie A, de senior officieren van justitie, de officieren van justitie, de substituut-officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket, het functioneel parket, het parket centrale verwerking openbaar ministerie en het parket-generaal; 8°. de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs bij de gerechten; 9°. de griffier en de substituut-griffier van de Hoge Raad; 10°. de rechters in opleiding en de officieren in opleiding. c. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°; d. gerechtsambtenaren: burgerlijke rijksambtenaren op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam bij een gerecht; e. Hoge Raad: Hoge Raad der Nederlanden; f. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; g. de Raad: de Raad voor de rechtspraak, bedoeld in artikel 84; h. de Verordening EOM: de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie («EOM») (PbEU 2017, L 283); i. zittingscapaciteit: beschikbare zittingsruimte, beschikbare capaciteit aan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast of beschikbare capaciteit aan gerechtsambtenaren benodigd voor de behandeling van zaken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1115Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)

    Art. 510 Sv. Verzoek tot aanwijzing ander gerecht voor de eventuele vervolging en berechting van, deels niet gespecificeerde, rechterlijke ambtenaren, die merendeels werkzaam zijn bij het landelijk…

  • ECLI:NL:PHR:2025:806Parket bij de Hoge Raad, 18 juli 2025 (strafrecht)

    Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Getuigenverhoor door een senior gerechtsjurist. In een pilot van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geschiedt het verhoor van getuigen, na een…

  • ECLI:NL:HR:2025:455Hoge Raad, 8 april 2025 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Beslissing Pr op bezwaarschrift tegen kennisgeving OvJ tot omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis, art. 6:6:23.1 Sv. 1. Eisen aan kenbaarheid van…

  • ECLI:NL:PHR:2023:220Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met art. 3C OW. 1. Klacht over weerlegging alternatieve lezing verdachte. 2. Bewijsklacht m.b.t. aanwezig hebben hennepplanten. 3. Onvolkomenheid bij…

  • ECLI:NL:PHR:2023:398Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Onvolkomenheid bij beëdiging van AG. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:PHR:2023:636Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met art. 3B OW en diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). 1. Klacht over afwijking van uos. 2. Bewijsklacht plegen diefstal d.m.v. verbreking. 3.…

  • ECLI:NL:HR:2022:1438Hoge Raad, 21 oktober 2022 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren bij hof ’s-Hertogenbosch, art. 5.2 en 6.2 wet RO. 1. Heeft omstandigheid dat bij afleggen van eed of belofte door…

  • ECLI:NL:PHR:2022:819Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.