Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 62a RO

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Onze Minister kan, gehoord de Raad, een gerechtshof of meerdere gerechtshoven aanwijzen waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen ten behoeve van een in de aanwijzing te bepalen categorie of categorieën van zaken tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van een ander gerechtshof, indien dit noodzakelijk is als gevolg van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit binnen het ressort waarin dat andere gerechtshof is gelegen.

  2. 2

    In de aanwijzing bepaalt Onze Minister voor welke periode de aanwijzing geldt. De aanwijzing geldt ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd voor de duur van ten hoogste een jaar.

  3. 3

    Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats dan nadat Onze Minister daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.

  4. 4

    De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  5. 5

    Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verlenging van de aanwijzing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BT6458Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2012 (strafrecht)

    Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis nullus testis). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het oordeel van het Hof dat de verklaringen van aangever X voldoende steun vinden in het…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:176Gerechtshof Den Haag, 4 februari 2026 (strafrecht)

    Cyberkamer. Via spammail en valse berichten op het internet verspreiden van malware waarmee computers werden geïnfecteerd om met name inloggegevens te verkrijgen. Met die inloggegevens werd…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2635Gerechtshof Den Haag, 24 november 2022 (belastingrecht)

    Verzoek teruggaaf Bpm artikel 14a Wet Bpm. Artikel 110 VWEU. Diverse Unierechtelijke vraagstukken. Afzien van horen op grond van artikel 7:3, letter b, Awb. Geen overschrijding van de redelijke…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2265Gerechtshof Den Haag, 2 december 2020 (strafrecht)

    De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:1829Gerechtshof Den Haag, 1 oktober 2020 (strafrecht)

    Gepubliceerd n.a.v. ECLI:NL:HR:2023:233.

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:791Gerechtshof Den Haag, 20 maart 2020 (strafrecht)

    Winkeldiefstal bij Zeeman en diefstal samen met anderen bij Kruidvat (art. 310 Sr en art. 311 Sr). Niet ondertekend proces-verbaal van aangifte en de bijbehorende bijlage kunnen voor het bewijs…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:330Gerechtshof Den Haag, 26 februari 2020 (strafrecht)

    Mishandeling medepatiënt in TBS-kliniek. Het hof honoreert het beroep op noodweer. Geen sprake van buitenproportioneel geweld van de kant van de verdachte. Voorts geen sprake van een situatie waarin…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:103Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2020 (strafrecht)

    Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen Hof voorziet in overgangsrechtelijke overwegingen bij behandeling vordering tot tenuitvoerlegging in hoger beroep

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.