Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 103 RO

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    Onze Minister maakt aan de Raad zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bekend, welk budget hij toekent aan de Raad en de gerechten gezamenlijk. Indien het budget afwijkt van het geraamde budget, bedoeld in artikel 101, is de tweede volzin van dat artikel van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Indien het budget afwijkt van het geraamde budget, bedoeld in artikel 101, wijzigt de Raad de begroting.

  3. 3

    Beslissingen tot andere wijzigingen van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.

  4. 4

    De Raad doet de noodzakelijke uitgaven binnen de grenzen van de vastgestelde of gewijzigde begroting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AR7439Parket bij de Hoge Raad, 4 maart 2005 (civiel recht)

    4 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/070HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], kantoorhoudende te [vestigingsplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.