Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 6 RO

Geldt sinds 1 juli 2004

  1. 1

    Het bestuur van een gerecht vormt voor het behandelen en beslissen van zaken en het beëdigen van de daartoe bij de wet aangewezen functionarissen enkelvoudige en meervoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.

  2. 2

    Tenzij in deze wet anders is bepaald, bestaan de meervoudige kamers uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, van wie een als voorzitter optreedt. Indien ook anderen dan rechterlijke ambtenaren deel uitmaken van een meervoudige kamer, treedt een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast op als voorzitter.

  3. 3

    Het bestuur kan bepalen dat in een zaak in verband met de veiligheid van personen dan wel indien de zitting langer dan een dag zal duren, een of meer rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast zich met het oog op mogelijke vervanging van een van de leden van een meervoudige kamer gereed houden. Deze rechterlijke ambtenaren zijn bij de behandeling ter terechtzitting van die zaak aanwezig, maar nemen aan het onderzoek in en de beraadslaging en beslissing over die zaak niet deel, tenzij zij op verzoek van de voorzitter van de meervoudige kamer in de plaats treden van een van de afwezige leden.

  4. 4

    Dit artikel is niet van toepassing op de Hoge Raad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1068Parket bij de Hoge Raad, 15 oktober 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Diefstal in vereniging met braak. Het eerste middel bevat een bewijsklacht. Het tweede middel bevat de klacht dat het arrest in strijd met art. 5 lid 2 jo. art. 6 lid 2 Wet RO niet is…

  • ECLI:NL:PHR:2024:964Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Eendaadse samenloop van opruiing (art. 131.1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr), alsmede belediging van een ambtenaar (art. 267.2 Sr). 1 en 2.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:435Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie PG. Veroordeling wegens zware mishandeling en vernieling (art. 302 en 350 Sr). In het tweede middel wordt geklaagd dat het arrest van het hof mede is gewezen door een raadsheer die niet als…

  • ECLI:NL:HR:2022:1438Hoge Raad, 21 oktober 2022 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren bij hof ’s-Hertogenbosch, art. 5.2 en 6.2 wet RO. 1. Heeft omstandigheid dat bij afleggen van eed of belofte door…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:314Rechtbank Overijssel, 26 januari 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van zes jaren. De verdachte maakte deel uit van een criminele organisatie die zich bezighield met grootscheepse soft- en…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:686Rechtbank Amsterdam, 27 februari 2024 (strafrecht)

    Strafzaak 26Marengo. Veroordeling tot 27 jaar gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie, medeplichtigheid aan moord, medeplichtigheid aan voorbereiding van moord, voortgezette…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:687Rechtbank Amsterdam, 27 februari 2024 (strafrecht)

    Strafzaak 26Marengo. Veroordeling van kroongetuige tot tien jaar gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van een poging tot moord, medeplichtigheid aan moord en…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:688Rechtbank Amsterdam, 27 februari 2024 (strafrecht)

    Strafzaak 26Marengo. Veroordeling tot een jaar en negen maanden gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie. Kroongetuige. PGP-bewijs. Redelijke termijn. Gewijzigde VI-regeling.…

64 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.