Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 25 RO

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Ten aanzien van het niet-rechterlijk lid van het bestuur worden de bevoegdheden uit de Ambtenarenwet 2017 en titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid.

  2. 2

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd het niet-rechterlijk lid van het bestuur en door de Raad voor de rechtspraak.

  3. 3

    Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens rechterlijk lid van het bestuur is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren alsmede de ingevolge artikel 16, eerste lid, tweede volzin, van deze wet aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid.

  4. 4

    Voor gerechtsambtenaren gelden de arbeidsvoorwaarden die zijn opgenomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2021:3047Centrale Raad van Beroep, 2 december 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Loonsanctie. Eerste en tweede spoor. Zelfstandige organisatie. Rechtbank.

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:1101Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2021 (ambtenarenrecht)

    Bij rechtbanken, gerechtshoven en andere hogerberoepsinstanties werken juristen die de rechters en raadsheren werk uit handen nemen. Deze juristen zijn vaak academisch geschoold en hebben de functie…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:333Rechtbank Rotterdam, 21 januari 2019 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank volgt het gerechtsbestuur van de rechtbank Den Haag niet in zijn standpunt dat hij in het kader van het eerste spoor slechts hoefde te onderzoeken of de werknemer binnen de eigen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:5196Rechtbank Amsterdam, 19 februari 2018 (bestuursrecht)

    Ambtenarenwet, wel of geen besluit? Betrokkene heeft, nadat zij ontslag had genomen, de status van haar aanstelling ter discussie gesteld. Brief van gerechtsbestuur in antwoord daarop was niet op…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:9740Rechtbank Amsterdam, 13 september 2017 (bestuursrecht)

    Ontslag op grond van artikel 98, derde lid, aanhef en onder c, van het ARAR. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de FML zoals opgemaakt in de WIA-procedure onverkort als grondslag kan dienen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7389Rechtbank Amsterdam, 27 april 2012 (bestuursrecht)

    Ambtenarenzaak; oplegging strafontslag. Ernstig plichtsverzuim door afbreuk aan integriteit verweerder, nu eiseres (met uit hoofde van haar functie verkregen informatie) aan advocaten om persoonlijke…

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AO1140Centrale Raad van Beroep, 8 december 2003 (ambtenarenrecht)

    Toepasselijkheid van hoofdstuk 6 en 7 Awb op bezwaarprocedure tegen besluit gericht aan een rechter in opleiding, afkomstig van bestuur van rechtbank. Beslissingsbevoegdheid.

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AF8429Centrale Raad van Beroep, 8 mei 2003 (ambtenarenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.