Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 80a RO

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    De Hoge Raad kan, gehoord de procureur-generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

  2. 2

    De Hoge Raad neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat de Hoge Raad kennis heeft genomen van: a.de procesinleiding, bedoeld in artikel 407 onderscheidenlijk artikel 426a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en het verweerschrift, bedoeld in artikel 411, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 426b van dat Wetboek, voor zover ingediend; b.de schriftuur, houdende de middelen van cassatie, bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafvordering; dan wel c. het beroepschrift waarbij beroep in cassatie wordt ingesteld, bedoeld in artikel 28 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en het verweerschrift, bedoeld in artikel 29b, van die wet, voor zover ingediend.

  3. 3

    Het beroep in cassatie wordt behandeld en beslist door drie leden van een meervoudige kamer, van wie een als voorzitter optreedt.

  4. 4

    Indien de Hoge Raad toepassing geeft aan het eerste lid, kan hij zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1743Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2026:1651Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2026:1638Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:PHR:2026:945Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. doodslag (art. 287 Sr) en 2. poging wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 282 lid 1 en lid 3 Sr). Falende middelen…

  • ECLI:NL:HR:2026:1588Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2026:1589Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2026:1590Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6333Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 september 2026 (belastingrecht)

    Wet Woz. Jaarlijks indienen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften met telkens dezelfde niet onderbouwde gronden en geregeld wraken levert geen misbruik van procesrecht op. Terugwijzing naar…

3.622 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.