Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 78 RO

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    De Hoge Raad neemt kennis van het beroep in cassatie tegen de handelingen, arresten, vonnissen en beschikkingen van de gerechtshoven en de rechtbanken, ingesteld hetzij door een partij, hetzij «in het belang der wet» door de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op de handelingen en uitspraken van de rechtbanken in zaken waarvan zij als bestuursrechter kennis nemen.

  3. 3

    Het eerste lid is voorts niet van toepassing ten aanzien van de handelingen en beslissingen van de rechtbanken en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in zaken met betrekking tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en in zaken betreffende bestuurlijke boeten opgelegd op grond van artikel 154b van de Gemeentewet, met dien verstande dat de Hoge Raad wel kennis neemt van de eis tot «cassatie in het belang der wet» door de procureur-generaal.

  4. 4

    De Hoge Raad neemt kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voorzover dit bij wet is bepaald.

  5. 5

    De Hoge Raad neemt kennis van het beroep in cassatie ingesteld «in het belang der wet» tegen uitspraken van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming, bedoeld in artikel 32 van de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.

  6. 6

    Een partij kan geen beroep in cassatie instellen indien voor haar een ander gewoon rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan.

  7. 7

    Cassatie «in het belang der wet» kan niet worden ingesteld indien voor partijen een gewoon rechtsmiddel openstaat en brengt geen nadeel toe aan de rechten door partijen verkregen

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:881Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of het voorschrift van art. 38.3 Sr, inhoudend dat naast TBS met voorwaarden maximaal vijf jaar gevangenisstraf mag worden opgelegd, ook…

  • ECLI:NL:HR:2026:1306Hoge Raad, 17 juli 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:HR:2026:1275Hoge Raad, 10 juli 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:PHR:2026:673Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd.…

  • ECLI:NL:HR:2026:548Hoge Raad, 27 maart 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:PHR:2026:250Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Vordering cassatie in het belang der wet. Kunnen de voorwaarden bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel (art. 77s jo. art. 77x jo. art. 77z Sr) en het daarop uit te oefenen toezicht (art. 77aa Sr)…

  • ECLI:NL:HR:2026:138Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2026:106Hoge Raad, 23 januari 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

394 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.