Wet militaire strafrechtspraak

WMSR

Huidige tekst

Artikel 2 WMSR

Geldt sinds 1 april 2020

  1. 1

    Onverminderd de artikelen 10 en 17 en behoudens de uitzonderingen bij de wet gemaakt, berust de bevoegdheid tot kennisneming in eerste aanleg van strafbare feiten, begaan door militairen en door hen die ten aanzien van zodanige feiten bij of krachtens de wet met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld, bij de rechtbank Gelderland.

  2. 2

    Zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld in artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering worden behandeld en beslist door de militaire kantonrechter van de rechtbank Gelderland. De overige zaken worden behandeld en beslist door de militaire kamers van de rechtbank Gelderland.

  3. 3

    In tijd van oorlog is het tweede lid niet van toepassing en nemen de militaire kamers van de rechtbank Gelderland, onverminderd het eerste lid, in eerste aanleg kennis van: 1°. strafbare feiten begaan door militairen, door hen die ten aanzien van zodanige feiten bij of krachtens de wet met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld en door hen die binnen de Nederlandse krijgsmacht een bij koninklijk besluit aan te wijzen vitale functie vervullen; 2°. strafbare feiten begaan door hen die buiten het grondgebied van het Koninkrijk deel uitmaken van de Nederlandse krijgsmacht; 3°. strafbare feiten begaan door personen als bedoeld onder 4 van onderdeel A van artikel 4 van het Verdrag van Genève, betreffende de behandeling van krijgsgevangenen van 12 augustus 1949 ( Trb. 1951, nr. 74) voor zover die personen de Nederlandse krijgsmacht volgen buiten het grondgebied van het Koninkrijk; 4°. strafbare feiten door wie ook begaan in door de Nederlandse krijgsmacht bezet gebied, voorzover kennisneming daarvan in overeenstemming is met de regels door het volkenrecht erkend.

  4. 4

    De rechtsmacht van de rechtbank Gelderland strekt zich eveneens uit over de strafbare feiten, omschreven in de Wet op de economische delicten. In afwijking van artikel 38, tweede volzin, van de Wet op de economische delicten worden deze zaken behandeld en beslist door de militaire kamers van de rechtbank Gelderland.

  5. 5

    Artikel 45, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van toepassing.

  6. 6

    Onder oorlog als bedoeld in het derde lid wordt mede verstaan: een gewapend conflict dat niet als oorlog kan worden aangemerkt en waarbij het Koninkrijk is betrokken, hetzij ter individuele of collectieve zelfverdediging, hetzij tot herstel van internationale vrede en veiligheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:539Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. WOTS. Verstekvonnis ex art. 21 lid 2 en 3 EVIG? Verzoek tot overname van een Belgisch verstekvonnis? Oordeel Rb. dat het arrest Hof van Beroep te Antwerpen geen verstekvonnis ex…

  • ECLI:NL:PHR:2017:956Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2017 (strafrecht)

    Militaire zaak. Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 300.2 Sr en mishandeling, art. 300.1 Sr. Middelen o.m. over oordeel Hof dat de breuk van de bodem van oogkas en blijvend…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:4435Rechtbank Gelderland, 3 juni 2025 (strafrecht)

    Rechtbank onbevoegd. Artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie jo artikel 2 lid 1 van de Wet militaire strafrechtspraak.

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:4229Rechtbank Gelderland, 21 juni 2021 (strafrecht)

    Militair vrijgesproken van oplichting/ambtelijke corruptie/aannemen van steekpenningen op Aruba in 2015-2016.

  • ECLI:NL:RBGEL:2018:4187Rechtbank Gelderland, 24 september 2018 (strafrecht)

    Gelet op de artikelen van 2 en 3 van de Wet militaire strafrechtspraak is de meervoudige militaire kamer onbevoegd om van deze zaak kennis te nemen. Verdachte was in de ten laste gelegde periode…

  • ECLI:NL:RBGEL:2017:5880Rechtbank Gelderland, 13 november 2017 (strafrecht)

    De militaire kamer veroordeelt een militair voor het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk, harddrugs en wapens tot een werkstraf voor de duur van 180 uren.

  • ECLI:NL:GHARL:2017:6507Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juli 2017 (strafrecht)

    Klacht ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. De zoon van klager is op 21 april 2004 in Irak om het leven gekomen bij een schietincident, waarbij Nederlandse militairen betrokken waren.…

  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5376Rechtbank Gelderland, 5 september 2016 (strafrecht)

    Gelet op artikelen 2, 3 en 4 van de Wet Militaire Strafrechtspraak verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van de onderhavige strafzaak kennis te nemen.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.