Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 120 RO

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    De artikelen 12, 13 en 74 zijn op de in artikel 113 genoemde rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 111, tweede lid, is artikel 83 van overeenkomstige toepassing op de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

  3. 3

    De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelt, gehoord de overige leden van het parket bij de Hoge Raad, een regeling vast voor de behandeling van klachten. Artikel 26, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De artikelen 13a tot en met 13g zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 111 bedoelde rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat: a.de in de artikelen 13a tot en met 13g aan de procureur-generaal toegekende bevoegdheden en verplichtingen worden uitgeoefend door de plaatsvervangend procureur-generaal, indien een gedraging van de procureur-generaal in het geding is; b.voor de overeenkomstige toepasselijkheid van artikel 13b, eerste lid, onderdelen b en c, onder « artikel 26 of 75 » wordt verstaan: artikel 120, derde lid ,; en c.een afschrift van de beschikking, bedoeld in artikel 13f, derde lid, wordt gezonden aan de verzoeker, aan de bij het parket bij de Hoge Raad werkzame rechterlijk ambtenaar op wiens gedraging het onderzoek betrekking had, en aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:198Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Afstandsverklaring niet door de gedetineerde verdachte getekend. Kan worden vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht? Strekt tot…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1250Parket bij de Hoge Raad, 16 november 2021 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Had cassatieberoep binnen 14-dagen…

  • ECLI:NL:HR:2021:449Hoge Raad, 26 maart 2021 (civiel recht)

    Onjuiste vermelding raadsheren onder bestreden uitspraak. Inwinnen inlichtingen door Procureur-Generaal (art. 83 RO; art. 120 lid 2 RO). Hoge Raad herstelt zelf de vergissing. Samenhang met zaak…

  • ECLI:NL:PHR:2021:124Parket bij de Hoge Raad, 5 februari 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Onjuiste vermelding raadsheren onder bestreden uitspraak. Inwinnen inlichtingen door Procureur-Generaal (art. 83 RO; art. 120 lid 2 RO). Hoge Raad herstelt zelf de vergissing. Samenhang met zaak…

  • ECLI:NL:PHR:2021:125Parket bij de Hoge Raad, 5 februari 2021 (personen- en familierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Beëindiging ouderlijk gezag. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 90 lid 2 Rv en art. 279 lid 6 Rv. Samenhang met zaak 20/01632.

  • ECLI:NL:PHR:2020:828Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek raadsman i.v.m. aanwezigheidsrecht verdachte. 1. P-v van tz. als kenbron. Moet het o.g.v. aan cassatieschriftuur gehechte correspondentie tussen raadsman en…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1529Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2016 (civiel recht)

    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Klachten over een door verweerder (destijds raadsheer in buitengewone dienst en waarnemend AG) op verzoek van een procespartij geschreven verklaring t.b.v. een voor de…

  • ECLI:NL:HR:2014:510Hoge Raad, 7 maart 2014 (civiel recht)

    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Klachten over een AG bij de HR wegens een door hem geschreven column in het Nederlands Juristenblad (NJB). 1. Ontvankelijkheid klacht. 2. Klacht ongegrond: gedraging…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.