Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 101 RO

Geldt sinds 1 juli 2011

Onze Minister deelt zo spoedig mogelijk na de aanhangigmaking van het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bij de Afdeling advisering van de Raad van State, aan de Raad mede welk budget, met inbegrip van de daaraan te verbinden voorschriften, voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze het geraamde budget is berekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1252Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel klaagt over verwerping verweer dat OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep omdat art. 14 lid 5 IVBPR geschonden zou worden indien verdachte, na vrijspraak…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BN8042Parket bij de Hoge Raad, 25 februari 2011 (belastingrecht)

    Art. 16, leden 1 en 5, Wet BPM; art. 1, aanhef en letter j, en art. 2, lid 3, Wet personenvervoer 2000. Vakantierit met betalende familieleden. Het gebruik van een taxi-auto voor vervoer van personen…

  • ECLI:NL:HR:2001:AD3630Hoge Raad, 21 september 2001 (insolventierecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:2000:AA6082Hoge Raad, 6 juni 2000 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1999:ZD5879Parket bij de Hoge Raad, 19 oktober 1999 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1999:AA2686Hoge Raad, 3 maart 1999 (belastingrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.