Auteurswet

Aw

Huidige tekst

Artikel 45e Aw

Geldt sinds 1 januari 2002

Iedere maker heeft met betrekking tot het filmwerk naast de rechten, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, c en d, het recht a. zijn naam op de daarvoor gebruikelijke plaats in het filmwerk te doen vermelden met vermelding van zijn hoedanigheid of zijn bijdrage aan het filmwerk; b. te vorderen dat het onder a bedoelde gedeelte van het filmwerk mede wordt vertoond; c. zich te verzetten tegen vermelding van zijn naam op het filmwerk, tenzij dit verzet in strijd met de redelijkheid zou zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1669Rechtbank Amsterdam, 21 januari 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Tussenvonnis. IE-recht, billijke vergoeding filmproductie, deskundigenbericht. Eiser vordert een aanvullende billijke vergoeding voor zijn regiewerkzaamheden bij de productie van de film van…

  • ECLI:NL:RBMNE:2019:2213Rechtbank Midden-Nederland, 14 mei 2019 (civiel recht)

    overeenkomst van opdracht, inhoud overeenkomst, tussentijdse opzegging door opdrachtgever, verschuldigd loon

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.