Auteurswet

Aw

Huidige tekst

Artikel 29 Aw

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    De in artikel 28, eerste lid, bedoelde bevoegdheid kan niet worden uitgeoefend ten aanzien van zaken die onder personen berusten, die niet in soortgelijke zaken handeldrijven en deze uitsluitend voor eigen gebruik hebben verkregen, tenzij zij zelf inbreuk op het betreffende auteursrecht hebben gemaakt.

  2. 2

    De vordering, bedoeld in artikel 28, vijfde lid, kan slechts worden ingesteld tegen de eigenaar of houder van de zaak, die schuld heeft aan de inbreuk op het betreffende auteursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:6885Rechtbank Amsterdam, 20 november 2024 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Pictoright is een auteursrechtenorganisatie; zij beheert de rechten van bij haar aangesloten makers van beelden, zoals architecten, beeldend kunstenaars en fotografen. Meta exploiteert twee social…

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6885Rechtbank 's-Gravenhage, 5 maart 2008 (civiel recht)

    Vordering van de Belangenvereniging van Ondernemende Advocaten tot onverbindendverklaring van de Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Wid en Wet MOT) afgewezen. De Verordening, die op 1…

  • ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5646Rechtbank 's-Gravenhage, 15 mei 2007 (civiel recht)

    Belangenvereniging van Ondernemende Advocaten (BOA) tegen de Nederlandse Orde van Advocaten. Geschil over de gelding van de Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel WID en Wet MOT), die op 1…

  • ECLI:NL:RBSHE:2003:AF7720Rechtbank 's-Hertogenbosch, 24 april 2003 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.