Successiewet 1956

SW

Huidige tekst

Artikel 45 SW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de erfbelasting zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan twintig maanden na het overlijden.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde termijn van twintig maanden loopt niet gedurende de tijd dat de nalatenschap onbeheerd is gelaten en geen vereffenaar is benoemd. Indien verkregen wordt ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde, van aanvaarding nadat eerst verwerping had plaatsgehad, van een afstand door een verkrijger onder een ontbindende voorwaarde als bedoeld in artikel 21, tweede lid, ten behoeve van de verwachters, van de uitoefening van een wilsrecht voortspruitende uit ten sterfdage of ten tijde van de verkrijging bestaande of ontstane rechtsverhoudingen, dan wel ten gevolge van de toepassing van artikel 33 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, gaat de in het eerste lid bedoelde termijn van twintig maanden in op de dag waarop één van die gebeurtenissen plaatsvindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:835Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre recht van successie kan worden nagevorderd van belanghebbende, nu die jaren na het overlijden van erflater alsnog mede-erfgenaam is…

  • ECLI:NL:PHR:2019:620Parket bij de Hoge Raad, 16 april 2019 (strafrecht)

    Opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte, art. 69 AWR, feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, art. 225 Sr en witwassen, art. 420bis Sr door een…

  • ECLI:NL:HR:2016:430Hoge Raad, 18 maart 2016 (belastingrecht)

    Art. 3.108 Wet IB 2001. Successierecht over de verkrijging van kapitaalverzekering met lijfrenteclausule niet aan te merken als aftrekbare kosten.

  • ECLI:NL:PHR:2015:2241Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2015 (belastingrecht)

    Op 17 juni 2011 heeft de Inspecteur aan [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) voor het jaar 2009 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd berekend naar een…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2793Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2794Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2795Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2796Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelasting gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belastingrente wordt wel verminderd op…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.