Wet op belastingen van rechtsverkeer

WBRV

Huidige tekst

Artikel 2 WBRV

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Onder de naam 'overdrachtsbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen.

  2. 2

    Voor de toepassing van deze wet wordt onder verkrijging mede begrepen de verkrijging van de economische eigendom. Onder economische eigendom wordt verstaan een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen, dat een belang bij die zaken of rechten vertegenwoordigt. Het belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de eigenaar of beperkt gerechtigde. Onder de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt mede verstaan de verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen dat een belang als hiervoor bedoeld vertegenwoordigt bij een bestanddeel van een onroerende zaak dat zelfstandig aan een recht kan worden onderworpen, dan wel bij een recht waaraan een onroerende zaak kan worden onderworpen.

  3. 3

    Als verkrijging van economische eigendom wordt niet aangemerkt: a.de verkrijging van uitsluitend het recht op levering; b.de verkrijging van het recht op levering van een woning door een natuurlijk persoon in combinatie met de toegang tot die woning of de toestemming om enige werkzaamheden in of aan de woning te verrichten of te laten verrichten voorafgaande aan de verkrijging van die woning, bedoeld in het eerste lid, mits: 1°. de verkrijging van de woning, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt binnen zes maanden na de verkrijging van het recht op die toegang of die toestemming; en 2°. op de verkrijging van de woning het tarief, bedoeld in artikel 14, tweede lid, of de vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van toepassing is.

  4. 4

    Voor de toepassing van het derde lid wordt onder «woning» mede verstaan: rechten waaraan een woning is onderworpen, rechten van lidmaatschap als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, voor zover deze betrekking hebben op een woning, en de tot die woning behorende aanhorigheden.

  5. 5

    Het tweede lid is niet van toepassing bij verkrijging van rechten van deelneming in: a.een beleggingsfonds; b.een fonds voor collectieve belegging in effecten; als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

  6. 6

    Het vijfde lid is niet van toepassing indien: a.de verkrijger, al dan niet tezamen met een verbonden lichaam als bedoeld in artikel 4, zesde of zevende lid, of een verbonden natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 4, achtste lid; b.de verkrijger een natuurlijk persoon is tezamen met zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie; als gevolg van de verkrijging met inbegrip van de reeds aan hem toebehorende rechten van deelneming en ingevolge dezelfde of een samenhangende overeenkomst nog te verkrijgen rechten, voor ten minste een derde gedeelte belang in het beleggingsfonds of het fonds voor collectieve belegging in effecten heeft.

  7. 7

    Voor toepassing van het vijfde lid worden verkrijgingen binnen een tijdsverloop van twee jaren door: a.een natuurlijk persoon, zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en door een lichaam waarin hij, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie, een geheel of nagenoeg geheel belang heeft; b.een rechtspersoon en door een tot hetzelfde concern als gedefinieerd krachtens artikel 15, eerste lid, onderdeel h, behorend lichaam; beschouwd als te hebben plaatsgehad ingevolge dezelfde of een samenhangende overeenkomst.

  8. 8

    Onder verkrijging van rechten als bedoeld in het vijfde lid wordt mede begrepen de verkrijging van de economische eigendom door bestaande deelnemers in een beleggingsfonds of fonds voor collectieve beleggingen in effecten als gevolg van de intrekking van bewijzen van deelgerechtigdheid na gehele of gedeeltelijke uittreding door een andere deelnemer.

  9. 9

    Voor de toepassing van dit artikel worden onder lichamen verstaan verenigingen, andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen en doelvermogens.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:721Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Huwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgemeenschap. ‘Economische eigendom’ in civiel recht slechts samenvattende benaming. Verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot een…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1253Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (belastingrecht)

    Overdracht fictieve onroerende zaak (OZR-aandelen) tussen twee contractuele vastgoedfondsen (dus zonder rechtspersoonlijkheid) met dezelfde beheerder, maar verschillende participanten; desondanks…

  • ECLI:NL:PHR:2024:379Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (belastingrecht)

    Bpm, kentekenregistermethode; opleggen tweede naheffingsaanslag na het vernietigen van de eerste naheffingsaanslag. Deze zaak gaat over de vraag of het verdedigingsbeginsel toelaat dat een tweede…

  • ECLI:NL:PHR:2022:234Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (civiel recht)

    Renvooiprocedure; eiswijziging; sale and operational lease back van economische eigendom registergoed; kwalificatie; contractuele schadevergoedingsvordering; grenzen rechtsstrijd.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3002Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. Autonoom burger. Afwijzing verzoek digitale zitting. Voldoening op aangifte.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:20540Rechtbank Den Haag, 5 december 2024 (belastingrecht)

    Eiseres heeft met het recht op levering van het erfpachtrecht in combinatie met het recht op het feitelijk gebruik en de daaropvolgende daadwerkelijke ingebruikname voor bouwwerkzaamheden, de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:13760Rechtbank Noord-Holland, 16 oktober 2024 (belastingrecht)

    Beroepen ongegrond. Geen verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting ter zake van een verkrijging van het recht van erfdienstbaarheid op een berging.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:7025Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 oktober 2024 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting, startersvrijstelling, verkrijging voormalige basisschool

157 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.