Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:214 BW

Geldt sinds 1 juli 2004

  1. 1

    Een vereffenaar roept de schuldeisers der nalatenschap, zo dit nog niet is geschied, openlijk op om hun vorderingen vóór een door de kantonrechter bepaalde datum bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij hemzelf in te dienen. De oproeping geschiedt op dezelfde wijze als de bekendmaking van de beneficiaire aanvaarding of de benoeming van de vereffenaar en zoveel mogelijk tegelijkertijd.

  2. 2

    De vereffenaar moet bovendien de hem bekende schuldeisers der nalatenschap per brief oproepen. Is hem het adres van een schuldeiser der nalatenschap onbekend gebleven, dan deelt hij dit mede aan de kantonrechter.

  3. 3

    Aanmelding van een vordering stuit de verjaring.

  4. 4

    De vereffenaar geeft, indien hij zich met een ingediende vordering of een ingeroepen voorrang niet kan verenigen, daarvan onverwijld onder opgave van redenen kennis aan hem die de vordering heeft ingediend.

  5. 5

    Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de bij de oproep der schuldeisers gestelde termijn legt de vereffenaar een lijst van de door hem erkende en betwiste vorderingen en aanspraken op voorrang ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neer, ter inzage van de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld. Hij geeft ieder van hen van deze neerlegging kennis.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1211Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (personen- en familierecht)

    Erfgenaam verzoekt machtiging om nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden i.v.m. onbekende schulden van de nalatenschap (art. 4:194a lid 1 BW). Kantonrechter en hof wijzen verzoek toe. Oordeel…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1351Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2024 (personen- en familierecht)

    Erfrecht, procesrecht, vereffening nalatenschap na beneficiaire aanvaarding, ontvankelijkheid opheffingsverzoek, bevoegdheidsverdeling erfgenamen-vereffenaars, verhouding vereffening en verdeling.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1140Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2022 (personen- en familierecht)

    procesrecht; erfrecht; voordracht tot opheffing vereffening nalatenschap (art. 4:209 lid 1 BW); heeft erfgenaam recht op stukken waarnaar in de voordracht van rechter-commissaris tot opheffing…

  • ECLI:NL:PHR:2021:556Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9372Rechtbank Limburg, 3 september 2026 (personen- en familierecht)

    Inhoudsindicatie volgt

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2495Gerechtshof Den Haag, 21 juli 2026 (personen- en familierecht)

    De vereffenaar heeft een spoedeisend belang dat door geïntimeerde het woonhuis wordt ontruimd. Geïntimeerde heeft geen huurcontract.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5844Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Beroep van erfgenaam op aanvullende legitieme portie. Erfdeel overtreft legitieme portie. Omvang erfdeel en legitieme portie.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4024Rechtbank Overijssel, 30 juni 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Termijn indienen vordering.

72 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.