Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:230 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

Erfgenamen die bij plaatsvervulling opkomen, moeten behalve de door henzelf ontvangen giften, ieder naar de mate van zijn erfdeel de giften inbrengen, die hij wiens plaats zij innemen, had moeten inbrengen, was hij erfgenaam geweest.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2020:5340Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2020 (personen- en familierecht)

    Mede-erfgenaam n.o in vordering tot betaling aan boedel (3:171BW); geen verplichting tot inbreng van giften (4:229 BW); onttrekking aan bankrekening erflaatster bij leven gedeeltelijk onrechtmatig…

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:5350Gerechtshof Amsterdam, 16 december 2014 (civiel recht)

    Klaagster verwijt de notaris dat hij ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster (de moeder van klaagster) op een aantal punten niet juist heeft gehandeld. De klacht bestaat uit…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.