Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:138 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Wanneer een erfstelling onder een voorwaarde is gemaakt, wordt degene aan wie het vermaakte tot de vervulling der voorwaarde toekomt, als de uitsluitend rechthebbende aangemerkt voor zover het betreft de door en tegen derden uit te oefenen rechten en rechtsvorderingen.

  2. 2

    Voor het overige vinden, zolang de vervulling der voorwaarden onzeker is, de wettelijke voorschriften betreffende het vruchtgebruik, zoals geregeld in titel 8 van Boek 3, overeenkomstige toepassing. Dientengevolge is hij verplicht het vermaakte gelijk een vruchtgebruiker te bewaren en in stand te houden, tenzij de erflater hem de bevoegdheid heeft toegekend om de goederen te verteren en onvoorwaardelijk te vervreemden.

  3. 3

    In geval van een erfstelling onder een ontbindende voorwaarde zonder een daarbij aansluitende erfstelling onder opschortende voorwaarde is hij jegens degene aan wie het vermaakte bij vervulling van de voorwaarde toekomt, bevoegd de goederen te vervreemden en te verteren op dezelfde voet als een vruchtgebruiker aan wie deze bevoegdheid is gegeven, voor zover de erflater niet anders heeft bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:660Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (belastingrecht)

    Aanmerkelijk belang; fideï-commis de residuo: tweetrapsmaking van a.b. door vader naar dochter (thans erflaatster) en bij haar overlijden naar drie stichtingen; overlijden dochter is een fictieve…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2493Parket bij de Hoge Raad, 6 november 2015 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Uitleg testament; fideïcommis de residuo; aan wie komt de eerst na het overlijden van de bezwaarde opeisbaar geworden rente toe? Art. 4:138 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2015:1922Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2015 (civiel recht)

    Erfrecht. Art. 4:4 lid 1 BW, art. 4:921 lid 2 (oud) BW. Rechtsgeldigheid bepaling in testament dat erfdeel wordt beperkt indien erfgenaam zich tegen testament of uitvoering daarvan verzet (“cautio…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BY8780Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2012 (belastingrecht)

    Art. 1 en 21, lid 7, Successiewet 1956 (tekst 2007). Nadere verkrijging door fideï-commissaire verwachters vormt tezamen met oorspronkelijke verkrijging één verkrijging. Vrijstellingen slechts…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2495Gerechtshof Den Haag, 21 juli 2026 (personen- en familierecht)

    De vereffenaar heeft een spoedeisend belang dat door geïntimeerde het woonhuis wordt ontruimd. Geïntimeerde heeft geen huurcontract.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:6697Rechtbank Noord-Holland, 8 april 2026 (verbintenissenrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:5687Rechtbank Den Haag, 18 februari 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Tweetrapsmaking en verdeling woning.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2917Gerechtshof Den Haag, 11 november 2025 (personen- en familierecht)

    Afwikkeling nalatenschappen van overleden echtgenoten zonder kinderen. Testament met niet nageleefde tweetrapsmaking. Huwelijkse voorwaarden onder het oude recht met niet uitgevoerd periodiek…

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.