Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:27 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

Bij uiterste wilsbeschikking kan de erflater bepalen dat een stiefkind in een verdeling als bedoeld in artikel 13 als eigen kind wordt betrokken. In dat geval is deze afdeling van toepassing, behoudens voor zover de erflater anders heeft bepaald. De afstammelingen van het stiefkind worden bij plaatsvervulling geroepen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1632Hoge Raad, 24 november 2023 (civiel recht)

    Erfrecht. Wettelijke verdeling. Art. 4:13 lid 3 BW. Vaststelling van omvang van geldvorderingen van (stief)kinderen ten laste van echtgenote van erflater. Moet bij die vaststelling worden betrokken…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:516Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2020 (civiel recht)

    Geschil tussen erfgename en kinderen erflater. Erfgename is het niet eens met eerdere beslissing van de kantonrechter, maar heeft daartegen geen rechtsmiddel ingesteld. Gezag van gewijsde komt niet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2014:5502Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juli 2014 (civiel recht)

    artt. 4:21; 4:25; 4:23; 4:27 BW. Erflaatster heeft bij testament niet uitgesloten dat wilsrecht wordt uitgeoefend. Kinderen van erflaatster oefenen wilsrecht uit. Daarbij wijzen zij niet bepaalde…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.