Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:57 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Een erflater kan geen uiterste wilsbeschikking maken ten voordele van degene die op het tijdstip van het maken van de beschikking zijn voogd is.

  2. 2

    Hij die voogd van de erflater is geweest, kan uit diens uiterste wilsbeschikkingen geen voordeel genieten, indien de erflater binnen het jaar na zijn meerderjarig worden en voor het afleggen en sluiten van de voogdijrekening is overleden.

  3. 3

    Het in de vorige leden bepaalde is niet toepasselijk op bloedverwanten van de erflater in de opgaande lijn, die zijn voogden zijn of geweest zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:515Parket bij de Hoge Raad, 9 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Bevoordelingsverbod beroepsbeoefenaar individuele gezondheidszorg (art. 4:59 lid 1 BW); uitzondering voor echtgenoot (art. 4:60 sub b BW). Verjaring van rechtsvordering (art. 4:54 lid 1 BW).

  • ECLI:NL:PHR:2015:1922Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2015 (civiel recht)

    Erfrecht. Art. 4:4 lid 1 BW, art. 4:921 lid 2 (oud) BW. Rechtsgeldigheid bepaling in testament dat erfdeel wordt beperkt indien erfgenaam zich tegen testament of uitvoering daarvan verzet (“cautio…

  • ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1405Rechtbank Utrecht, 8 augustus 2007 (civiel recht)

    Erfrecht. Verjaring 4:54 Bw. Tussenbeidekomende persoon 4:62 lid 2 Bw. Verboden making 4:59 lid 2 Bw.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.