Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:34 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Voor zover de nalatenschap niet toereikend is tot voldoening van hetgeen de echtgenoot ingevolge de artikelen 29 en 30 toekomt, kan hij overgaan tot inkorting van de daarvoor vatbare giften, met overeenkomstige toepassing van artikel 89, leden 2 en 3, en artikel 90, leden 1 en 3. De artikelen 66, 68 en 69 zijn van overeenkomstige toepassing. Verkrijgt de echtgenoot ook door deze inkorting niet hetgeen hem toekomt, dan kan hij zich verhalen op hetgeen een legitimaris door inkorting heeft verkregen.

  2. 2

    De echtgenoot verkrijgt door uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in lid 1, het vruchtgebruik van de geldsom waarvoor de inkorting is geschied of waarvoor hij verhaal heeft genomen. Op het vruchtgebruik zijn de leden 1, 2, 4 en 5 van artikel 23 van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Zo nodig kan het vruchtgebruik van de echtgenoot zich uitstrekken over alle goederen der nalatenschap en alle geldsommen waarvoor de in lid 1 bedoelde giften kunnen worden ingekort.

  4. 4

    Geschillen over de toepassing van het onderhavige artikel en de artikelen 35 tot en met 37 worden op verzoek van de meest gerede partij beslist door de kantonrechter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:511Hoge Raad, 4 april 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1129Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (personen- en familierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een…

  • ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0962Gerechtshof 's-Gravenhage, 1 augustus 2007 (personen- en familierecht)

    Artikel 4:36 BW. Beloning van verrichte arbeid en vergoeding van kosten.

  • ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7400Rechtbank Breda, 14 juni 2007 (personen- en familierecht)

    Art. 4:36 BW; som ineens; salaire différé; arbeid door kind verricht in huishouding erflaatster. Na onderzoek van de wetsgeschiedenis komt de kantonrechter tot het oordeel dat in casu geen aanspraak…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.