Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:136 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Bevat een uiterste wil een erfstelling onder tijdsbepaling, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een dadelijk ingaande erfstelling van degene die, bij uitvoering van de uiterste wil zoals deze luidt, het laatst tot het erfdeel zou zijn geroepen, belast met een legaat van vruchtgebruik van het erfdeel voor de gestelde tijd ten behoeve van degene die het eerst tot het erfdeel zou zijn geroepen.

  2. 2

    In geval van een erfstelling onder een ontbindende tijdsbepaling zonder een daarbij aansluitende erfstelling onder opschortende tijdsbepaling komt de eerstgeroepene vruchtgebruik met bevoegdheid tot vervreemding en vertering toe, voor zover de erflater deze bevoegdheid niet heeft uitgesloten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BO8570Rechtbank Rotterdam, 15 december 2010 (civiel recht)

    Artt. 4:163, 6:74, 6:162 en 7:182 BW, 134 en 201 Overgangswet NBW. Vermogensbeheer van onder bewind gesteld vermogen; criteria voor aansprakelijkheid bewindvoerder en vermogensbeheerder. De rechtbank…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.