Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:202 BW

Wanneer een nalatenschap moet worden vereffend redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Een nalatenschap wordt, behoudens het in artikel 221 bepaalde, overeenkomstig de in deze afdeling gegeven voorschriften vereffend: a.wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen; geschillen dienaangaande worden door de kantonrechter beslist; b.wanneer de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd.

  2. 2

    Indien het saldo van de nalatenschap positief is kan de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam die voor deze beneficiair heeft aanvaard de kantonrechter verzoeken om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet.

  3. 3

    Een nalatenschap die overeenkomstig artikel 13 is verdeeld, wordt in afwijking van lid 1 onder a slechts vereffend volgens de wet wanneer de echtgenoot van de erflater haar beneficiair heeft aanvaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:758Hoge Raad, 16 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1351Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2024 (personen- en familierecht)

    Erfrecht, procesrecht, vereffening nalatenschap na beneficiaire aanvaarding, ontvankelijkheid opheffingsverzoek, bevoegdheidsverdeling erfgenamen-vereffenaars, verhouding vereffening en verdeling.

  • ECLI:NL:PHR:2024:862Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).

  • ECLI:NL:PHR:2023:1190Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2023 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Procesrecht. Processueel ondeelbare rechtsverhouding? Incident in cassatie tot zekerheidstelling (art. 235 Rv); zekerheidstelling achteraf aan door hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29029Rechtbank Den Haag, 9 september 2026 (civiel recht)

    erfrecht. tussenvonnis. regie.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5390Rechtbank Overijssel, 26 augustus 2026 (civiel recht)

    Partijen zijn erfgenamen in de nalatenschap van erflater. Onderdeel van deze nalatenschap is de onverdeelde helft van een woning. Partij A vordert in de hoofdzaak toedeling van deze onverdeelde…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7932Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026 (civiel recht)

    Benoeming vereffenaar nalatenschap, art. 4:202 lis 1 sub a en 4:203 lid 1 sub a BW.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4578Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juli 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Daad van zuivere aanvaarding 4:192 lid 1 BW (oud). Geen sprake van ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zich gedragen als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam. Omstandigheden van het geval.

204 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.