Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:4024Zaaknummer 12271889 \ EJ VERZ 26-114

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12271889 \ EJ VERZ 26-114
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Termijn indienen vordering.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

Bepaalt dat de hiervoor bedoelde oproeping uiterlijk op 15 juli 2026 dient te hebben plaatsgevonden en dat daarin moet zijn vermeld dat de schuldeisers hun vorderingen tot uiterlijk 15 september 2026 bij verzoeker kunnen indienen.

3.2

Bepaalt dat de oproeping dient plaats te vinden in de digitale Staatscourant.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

(JHd(O)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12271889 \ EJ VERZ 26-114

Beschikking van de kantonrechter van 30 juni 2026

in de zaak van

mr. [verzoeker],kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

verzoeker,

handelend in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [erflater], overleden op [datum] 2025 en laatst wonende te [plaats], hierna te noemen erflater.

1 De procedure

1.1

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 12 juni 2026, ingevolge artikel 4:214 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

1.2

Het verzoek betreft het vaststellen van een uiterste datum waarop de schuldeisers van de nalatenschap hun vordering kunnen indienen.

1.3

Verzoeker is bij beschikking van 20 mei 2026 van de Rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Almelo, zaaknummer C/08/346989 HA RK 26-48, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1

Gelet op het bepaalde in artikel 4:214 lid 1 BW zal de kantonrechter een datum bepalen voor welke de schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen bij verzoeker kunnen indienen, waarbij de kantonrechter tevens een datum zal bepalen waarvoor de schuldeisers daartoe moeten zijn opgeroepen, een en ander zoals hierna te melden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

Bepaalt dat de hiervoor bedoelde oproeping uiterlijk op 15 juli 2026 dient te hebben plaatsgevonden en dat daarin moet zijn vermeld dat de schuldeisers hun vorderingen tot uiterlijk 15 september 2026 bij verzoeker kunnen indienen.

3.2

Bepaalt dat de oproeping dient plaats te vinden in de digitale Staatscourant.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

(JHd(O)

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.