Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:29 BW

Vruchtgebruik van woning en inboedel voor echtgenoot redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Voor zover de echtgenoot van de erflater tengevolge van uiterste wilsbeschikkingen van de erflater niet of niet enig rechthebbende is op de tot de nalatenschap van de erflater behorende woning, die ten tijde van het overlijden door de erflater en zijn echtgenoot tezamen of door de echtgenoot alleen bewoond werd, of op de tot de nalatenschap behorende inboedel daarvan, zijn de erfgenamen verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op die woning en die inboedel ten behoeve van de echtgenoot, voor zover deze dit van hen verlangt. De eerste zin geldt niet voor zover de kantonrechter op een daartoe strekkend verzoek artikel 33 lid 2, onder a, heeft toegepast.

  2. 2

    Zolang de echtgenoot een beroep op lid 1 toekomt, zijn de erfgenamen niet bevoegd tot beschikking over die goederen, noch tot verhuring of verpachting daarvan; gedurende dat tijdsbestek kunnen die goederen slechts worden uitgewonnen voor de in artikel 7 lid 1 onder a tot en met f genoemde schulden.

  3. 3

    De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de legatarissen en de door een testamentaire last bevoordeelden met betrekking tot de goederen die zij als zodanig uit de nalatenschap hebben verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:511Hoge Raad, 4 april 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1129Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (personen- en familierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX9831Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2013 (civiel recht)

    Erfrecht. Verzoek tot vestiging vruchtgebruik op de voet van art. 4:30 lid 6 BW. Uitleg verzoek; grenzen rechtsstrijd; art. 23, 24, 149 Rv. Klachten deels verworpen met toepassing van art. 81 lid 1…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BO4927Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2010 (civiel recht)

    Erfrecht/procesrecht. Maatstaf uitleg testament. Geen uitzondering op verschoningsrecht notaris als bedoeld in HR 13 januari 2006, NJ 2006/480. (art. 81 RO).

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5634Rechtbank Overijssel, 7 september 2026 (civiel recht)

    Dochter moet meewerken aan de vestiging van vruchtgebruik op de woning en inboedel ten behoeve van moeder.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5992Rechtbank Gelderland, 1 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Ontruiming woning erflater. Verjaring recht op vruchtgebruik.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3095Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 maart 2026 (personen- en familierecht)

    kinderalimentie en verdeling

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2342Gerechtshof Den Haag, 24 februari 2026 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Na bestreden vonnis over afwikkeling nalatenschap vader overlijdt moeder, aan wie vader het onverdeelde aandeel in hun gezamenlijke woning had gelegateerd. Dochter vordert toedeling van…

65 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.