Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:75 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De waarde van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht onder bewind kan verkrijgen, komt ook bij verwerping in mindering van zijn legitieme portie, indien het bewind is ingesteld op de in de uiterste wil vermelde grond: a.dat de legitimaris ongeschikt of onmachtig is in het beheer te voorzien, of b.dat zonder bewind de goederen hoofdzakelijk diens schuldeisers zouden ten goede komen.

  2. 2

    De legitimaris die de nalatenschap of het legaat heeft aanvaard is gedurende drie maanden na het overlijden van de erflater bevoegd de juistheid van de opgegeven grond te betwisten; alsdan moet degene die haar staande houdt haar bewijzen. Is de opgegeven grond juist, doch rechtvaardigt dit de door de erflater vastgestelde regels van het bewind niet, dan kan de rechter die regels wijzigen of zelfs ten dele opheffen.

  3. 3

    Is vermelde grond onjuist, dan kan de legitimaris binnen een maand nadat de uitspraak waarbij de onjuistheid is vastgesteld, in kracht van gewijsde is gegaan, schriftelijk aan de bewindvoerder verklaren dat hij zijn legitieme in geld wenst te ontvangen. De bewindvoerder maakt daartoe het onder bewind gestelde met overeenkomstige toepassing van artikel 147 voor zover nodig te gelde; het restant van de goederen keert hij uit aan degenen aan wie deze zouden zijn toegekomen indien de legitimaris de nalatenschap of het legaat had verworpen.

  4. 4

    Staan goederen onder bewind waarvan de waarde krachtens artikel 70 in mindering van de legitieme komt en vermeldt de akte waarbij het bewind is ingesteld een grond als bedoeld in lid 1, dan zijn de leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Vermeldt de akte niet een grond als bedoeld in lid 1, dan kan de legitimaris aanspraak maken op ontvangst van zijn legitieme in geld op de wijze als voorzien in lid 3, met dien verstande dat de aldaar bedoelde verklaring binnen drie maanden na het overlijden van de erflater moet worden afgelegd.

  5. 5

    Bij de vaststelling van de op de legitieme portie toe te rekenen waarde wordt met het bewind slechts rekening gehouden, indien de vermelde grond onjuist is verklaard doch de legitimaris geen gebruik maakt van de hem in lid 3, eerste zin, verleende bevoegdheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:120Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Legitieme portie. Tweetrapsmaking met ontbindende voorwaarde van faillissement. Verkrijging als bedoeld in art. 4:71 BW.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:2274Rechtbank Gelderland, 19 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    erfrecht, testamentair bewind, art 4:75 lid 3 BW

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:2367Rechtbank Den Haag, 7 februari 2024 (civiel recht)

    In deze zaak speelt de vraag of het aflopen van de in artikel 4:75 lid 2 BW vermelde termijn ter vrije bepaling van partijen staat. Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend: het is aan de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:3075Gerechtshof Amsterdam, 25 juli 2017 (personen- en familierecht)

    erfrecht, uitleg testament over bewind

  • ECLI:NL:RBROT:2013:10810Rechtbank Rotterdam, 3 december 2013 (civiel recht)

    Ontslag testamentair bewindvoerder. De door de testamentair bewindvoerder verrichte substantiële schenkingen kunnen niet als een gewone beheersdaad worden aangemerkt. Bewindvoerder is tekortgeschoten…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.