Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:25 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De waarde van de over te dragen goederen, vast te stellen naar het tijdstip van de overdracht, wordt in de eerste plaats in mindering gebracht op de aan het kind verschuldigde hoofdsom en vervolgens op de verhoging, tenzij door de erflater of bij de overdracht anders is bepaald. Voor de toepassing van de artikelen 19 en 21 wordt de waarde van de goederen vastgesteld zonder daarbij het vruchtgebruik in aanmerking te nemen.

  2. 2

    Een kind dat voornemens is een in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoeld verzoek te doen, is gehouden de andere kinderen die een dergelijk verzoek kunnen doen, op een zodanig tijdstip van zijn voornemen in kennis te stellen dat zij tijdig kunnen beslissen eveneens een verzoek te doen.

  3. 3

    Degene die tot overdracht van goederen verplicht kan worden, kan een kind een redelijke termijn stellen waarbinnen een verzoek als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21 en 22 kan worden gedaan. Gaat hij daartoe over, dan stelt hij ook de andere kinderen die een zodanig verzoek kunnen doen, daarvan in kennis.

  4. 4

    Bestaat tussen degene die tot overdracht van goederen verplicht is en het kind, of tussen twee of meer kinderen geen overeenstemming over de overdracht van een goed, dan beslist op verzoek van een hunner de kantonrechter, rekening houdende naar billijkheid met de belangen van ieder van hen.

  5. 5

    Voor zover een kind de in artikel 13 lid 3 bedoelde vordering aan een andere persoon overdraagt, gaat de in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoelde bevoegdheid teniet.

  6. 6

    Bij uiterste wilsbeschikking kan de erflater de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 22, uitbreiden, beperken of opheffen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BY2595Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2013 (civiel recht)

    Uitleg testament, maatstaf, art. 4:46 lid 1 en 2 BW; door uiterste wil beoogde verhoudingen, duidelijke zin, gebruik van daden of verklaringen van erflater die niet in het testament zijn vervat.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:818Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    erfrecht. Geschil tussen zussen over de verdeling van de nalatenschap van moeder. Is notaris bevoegd om op te treden als executeur-afwikkelingsbewindvoerder? Uitleg testament. “drie…

  • ECLI:NL:GHSHE:2014:5130Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 december 2014 (civiel recht)

    Ingevolge artikel 676a Rv geen hoger beroep mogelijk tegen een beschikking op grond van artikel 4:25 lid 4 BW. Intrekking ter zitting.

  • ECLI:NL:RBZWB:2014:5502Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juli 2014 (civiel recht)

    artt. 4:21; 4:25; 4:23; 4:27 BW. Erflaatster heeft bij testament niet uitgesloten dat wilsrecht wordt uitgeoefend. Kinderen van erflaatster oefenen wilsrecht uit. Daarbij wijzen zij niet bepaalde…

  • ECLI:NL:GHARL:2013:CA3365Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juni 2013 (personen- en familierecht)

    Wettelijke verdeling. Verzoek van kind aan stiefmoeder tot overdracht van goederen. Toepassing wisselbepaling.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.