Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:13 BW

Wettelijke verdeling tussen echtgenoot en kinderen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De nalatenschap van de erflater die een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenamen achterlaat, wordt, tenzij de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat deze afdeling geheel buiten toepassing blijft, overeenkomstig de volgende leden verdeeld.

  2. 2

    De echtgenoot verkrijgt van rechtswege de goederen van de nalatenschap. De voldoening van de schulden van de nalatenschap komt voor zijn rekening. Onder schulden van de nalatenschap zijn hier tevens begrepen de ten laste van de gezamenlijke erfgenamen komende uitgaven ter voldoening aan testamentaire lasten.

  3. 3

    Ieder van de kinderen verkrijgt als erfgenaam van rechtswege een geldvordering ten laste van de echtgenoot, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel. Deze vordering is opeisbaar: a.indien de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard; b.wanneer de echtgenoot is overleden. De vordering is ook opeisbaar in door de erflater bij uiterste wilsbeschikking genoemde gevallen.

  4. 4

    De in lid 3 bedoelde geldsom wordt, tenzij de erflater, dan wel de echtgenoot en het kind tezamen, anders hebben bepaald, vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.

  5. 5

    Is de vordering, bedoeld in lid 3, opeisbaar geworden doordat ten aanzien van de echtgenoot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan is de vordering, voor zover zij onvoldaan is gebleven, door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet wederom niet opeisbaar. Artikel 358 lid 1 van de Faillissementswet vindt ten aanzien van de vordering geen toepassing.

  6. 6

    In deze titel wordt onder echtgenoot niet begrepen een van tafel en bed gescheiden echtgenoot.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1211Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (personen- en familierecht)

    Erfgenaam verzoekt machtiging om nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden i.v.m. onbekende schulden van de nalatenschap (art. 4:194a lid 1 BW). Kantonrechter en hof wijzen verzoek toe. Oordeel…

  • ECLI:NL:HR:2025:1238Hoge Raad, 5 september 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Erfrecht. Schending legitieme portie door giften erflater aan zoon die boerenbedrijf voortzet (art. 4:67, onder d, BW)? Bevoordelingsbedoeling? Toerekening gift voor het geheel aan…

  • ECLI:NL:PHR:2025:935Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2025 (civiel recht)

    Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).

  • ECLI:NL:PHR:2025:573Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Giften bij berekening van legitieme portie (art. 4:65 jo. 4:67 BW); bevoordelingsbedoeling erflater. Toerekening van giften aan erflater die in gemeenschap van goederen is gehuwd?

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7488Rechtbank Midden-Nederland, 23 september 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Verzoekster verzoekt de kantonrechter om verweerders (de kinderen van haar overleden echtgenoot) een termijn te stellen om een keuze te maken over aanvaarding van de nalatenschap van hun…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5652Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 september 2026 (civiel recht)

    Effectenlease. Dexia.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:8508Rechtbank Noord-Holland, 10 juli 2026 (civiel recht)

    erfrecht; vaststellen omvang geldvordering; verzoek benoeming deskundige om waarde vennootschap te waarderen afgewezen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2587Gerechtshof Den Haag, 7 juli 2026 (personen- en familierecht)

    erfrecht; testament erflaatster met quasi-wettelijke verdeling; langstlevende echtgenoot is executeur-afwikkelingsbewindvoerder; overlijden langstlevende echtgenoot; huwelijksgoederengemeenschap van…

222 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.