Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:103 BW

Geldt sinds 1 oktober 2010

  1. 1

    De uiterste willen, bedoeld in de artikelen 98, 101 en 102, worden verleden in tegenwoordigheid van twee getuigen. Zij worden op behoorlijke wijze op schrift gesteld en door de erflater, alsmede door de getuigen en degene te wiens overstaan zij zijn verleden, ondertekend.

  2. 2

    De getuigen moeten meerderjarig zijn en de taal verstaan, waarin de uiterste wil is opgesteld. In de gevallen van de artikelen 98 en 102 geldt het vereiste van meerderjarigheid niet voor getuigen die militairen zijn of deelnemen aan het bestrijden van een ramp of het beheersen van een crisis.

  3. 3

    Indien de erflater of een van de getuigen verklaart door onkunde of een andere met name door hem genoemde oorzaak niet te kunnen ondertekenen, vervangt die verklaring zijn ondertekening, mits zij in de akte wordt opgenomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2013:11326Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 december 2013 (civiel recht)

    Testament kort voor overlijden tijdens ziekenhuisopname opgemaakt. Inhoud anders dan kort daarvoor met familielid besproken. Geen geestelijke stoornis; geen nietig testament.

  • ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4895Rechtbank Zutphen, 5 oktober 2005 (civiel recht)

    Erflaatster heeft na ondertekening van het testament dat in het ziekenhuis is voorgehouden tegenover de kandidaatnotaris verklaard dat zij dit testament wilde wijzigen. Voordat het nieuwe concept…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.