Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:35 BW

Uitkering voor verzorging en opvoeding van kinderen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Een kind van de erflater, een kind als bedoeld in artikel 394 van Boek 1 daaronder begrepen, kan aanspraak maken op een som ineens, voor zover deze nodig is voor: a.zijn verzorging en opvoeding tot het bereiken van de leeftijd van achttien jaren; en voorts voor: b.zijn levensonderhoud en studie tot het bereiken van de leeftijd van een en twintig jaren.

  2. 2

    De som ter zake van de verzorging en opvoeding komt het kind niet toe, voor zover de echtgenoot of een erfgenaam van de erflater krachtens wet of overeenkomst is gehouden om in de kosten daarvan te voorzien. De som ter zake van levensonderhoud en studie komt het kind niet toe, voor zover de echtgenoot van de erflater krachtens artikel 395a van Boek 1 verplicht is om in de kosten daarvan te voorzien.

  3. 3

    Op de som ineens komt in mindering hetgeen de rechthebbende had kunnen verkrijgen krachtens erfrecht of krachtens een sommenverzekering die door het overlijden van de erflater tot uitkering komt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:935Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2025 (civiel recht)

    Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).

  • ECLI:NL:PHR:2024:1129Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (personen- en familierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een…

  • ECLI:NL:PHR:2024:762Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (personen- en familierecht)

    Vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW); partner aangewezen vader ontvankelijk in appel?; belanghebbende (art. 798 lid 1 Rv); art. 6 EVRM; art. 1 EP EVRM.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX9831Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2013 (civiel recht)

    Erfrecht. Verzoek tot vestiging vruchtgebruik op de voet van art. 4:30 lid 6 BW. Uitleg verzoek; grenzen rechtsstrijd; art. 23, 24, 149 Rv. Klachten deels verworpen met toepassing van art. 81 lid 1…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:6752Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 augustus 2025 (personen- en familierecht)

    Verzoek om een som ineens toe te kennen. Behoeftigheid is onvoldoende onderbouwd, dus verzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1308Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 april 2022 (civiel recht)

    Verzoek toewijzing billijke vergoeding (salaire différé ex artikel 4:36 BW)/ aanspraak tijdig conform [vindplaats tb: ECLI:NL:GHSHE:2021:1507] / beoordeling genoten voordelen na voortgezet debat/…

  • ECLI:NL:GHARL:2021:4339Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 mei 2021 (personen- en familierecht)

    Partneralimentatie in vorm eenmalig bedrag? Zijn de huwelijkse voorwaarden (‘koude uitsluiting’) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Artikel 1:156 BW; artikel 6:248 BW en…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:516Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2020 (civiel recht)

    Geschil tussen erfgename en kinderen erflater. Erfgename is het niet eens met eerdere beslissing van de kantonrechter, maar heeft daartegen geen rechtsmiddel ingesteld. Gezag van gewijsde komt niet…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.