Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:81 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De vordering is niet opeisbaar voordat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.

  2. 2

    Voor zover nodig in afwijking van lid 1 is de vordering, indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13, opeisbaar indien: a.de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard; b.de echtgenoot is overleden. Voorzover de vordering ten laste komt van een legaat aan een ander dan de echtgenoot, leidt de eerste zin niet tot een later tijdstip van opeisbaarheid dan voortvloeit uit lid 1.

  3. 3

    Zolang goederen der nalatenschap kunnen worden belast met een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30, is de vordering niet opeisbaar. Bij de toepassing van de eerste zin blijft artikel 31 lid 4, eerste zin, buiten beschouwing.

  4. 4

    Zolang een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30 bestaat, is de vordering niet opeisbaar, voor zover de echtgenoot daarvoor is verbonden. In geval van faillissement van de echtgenoot of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen wordt de vordering opeisbaar, voor zover de echtgenoot daarvoor is verbonden.

  5. 5

    Voor zover voor de vordering anderen dan de echtgenoot zijn verbonden, kan, zolang een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30 bestaat, van elk van die anderen slechts het gedeelte van de vordering worden opgeëist dat overeenkomt met het gedeelte dat zijn aandeel in de niet met vruchtgebruik belaste goederen van de nalatenschap uitmaakt van de goederen van de nalatenschap.

  6. 6

    Is de vordering, bedoeld in artikel 80 lid 1, opeisbaar geworden doordat ten aanzien van de echtgenoot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan is de vordering, voor zover zij onvoldaan is gebleven, door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet wederom niet opeisbaar. Artikel 358 lid 1 van de Faillissementswet vindt ten aanzien van de vordering geen toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:114Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2016 (civiel recht)

    Erfrecht. Aanspraak op legitieme portie. Conservatoir beslag mogelijk op niet-opeisbare vordering (art. 441 Rv)? Overgangsrecht, art. 128 Ow NBW: in welke vorm kan legitimaris ‘oude’ bevoegdheden…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ3643Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2013 (civiel recht)

    Taak executeur nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Voldoening schulden nalatenschap uit legaat, vermindering legaten, art. 4:120 BW; begunstiging door uitkering sommenverzekeraar, art. 4:126 lid 1 en…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA2507Parket bij de Hoge Raad, 8 juni 2007 (civiel recht)

    Erfrecht. Afgewezen verzoek van onterfde echtgenote van erflater op voet van art. 4:30 BW tot bevel aan testamentair erfgenaam mee te werken aan de vestiging van verzorgingsvruchtgebruik en aan…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5111Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 augustus 2026 (civiel recht)

    Erfrecht, aanvullende legitieme portie. Ontbinding schenkingsovereenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden? In aanmerking te nemen giften. Huren woning tegen niet-marktconforme prijs. Art. 4:67…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:19057Rechtbank Den Haag, 29 april 2026 (verbintenissenrecht)

    Erfrecht. Door onrechtmatige onttrekkingen aan vermogen erflaters biedt nalatenschap geen verhaal voor het uitbetalen van legitieme portie. Schadevergoeding.

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:3866Rechtbank Overijssel, 17 juli 2024 (civiel recht)

    In deze zaak gaat het om het vaststellen van de omvang van de legitieme portie van eiseres in de nalatenschap van de vader van partijen. De rechtbank is van oordeel dat de door gedaagde gestelde…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:3822Rechtbank Gelderland, 10 april 2024 (civiel recht)

    Erfrecht. Tussenvonnis. Legitieme portie. Voorlopige oordelen. Opknapkosten van woning. Kosten van vereffening van de nalatenschap ex artikel 4:7 lid 1 sub c BW. Werkelijke advocaatkosten.…

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:7535Rechtbank Limburg, 20 december 2023 (civiel recht)

    Geschil tussen twee broers over erfenissen vader en moeder. Ene broer is door ouders onterfd, met recht op legaat ter grootte legitieme. Andere broer heeft bij leven ouders gezamenlijk…

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.