Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:215 BW

Geldt sinds 1 januari 2006

  1. 1

    De vereffenaar maakt de goederen der nalatenschap te gelde, voor zover dit voor de voldoening van de schulden der nalatenschap nodig is. Goederen die een schuldeiser der nalatenschap te vorderen heeft, worden zoveel mogelijk in de laatste plaats te gelde gemaakt.

  2. 2

    Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen. Bestaat tegen de voorgenomen tegeldemaking van een goed bezwaar bij een erfgenaam of een schuldeiser die het goed te vorderen heeft dan stelt de vereffenaar hem in de gelegenheid de beslissing van de kantonrechter in te roepen.

  3. 3

    Het in het vorige lid ten aanzien van de erfgenamen bepaalde geldt mede ten aanzien van hen aan wie het vruchtgebruik van de nalatenschap of van een aandeel daarin is vermaakt.

  4. 4

    Artikel 68 van Boek 3 is op de vereffenaar van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Met betrekking tot door de erflater gesloten sommenverzekeringen zonder onherroepelijk geworden aanwijzing van een derde als begunstigde, is artikel 22a Faillissementswet van overeenkomstige toepassing, waarbij dient te worden gelezen voor: a. de curator: de vereffenaar b. de rechter-commissaris: de kantonrechter c. de verzekeringnemer: de erfgenamen dan wel, indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig afdeling 1 van titel 3, de echtgenoot van de erflater.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1140Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2022 (personen- en familierecht)

    procesrecht; erfrecht; voordracht tot opheffing vereffening nalatenschap (art. 4:209 lid 1 BW); heeft erfgenaam recht op stukken waarnaar in de voordracht van rechter-commissaris tot opheffing…

  • ECLI:NL:PHR:2021:556Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen…

  • ECLI:NL:PHR:2017:180Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2017 (civiel recht)

    Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2429Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2015 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure bij Ondernemingskamer inzake vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren. Bevoegdheid vereffenaar nalatenschap q.q. om…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3454Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Een erfgenaam verblijft zonder recht of titel in de woning die in de nalatenschap valt. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen, zodat de vereffenaar de woning te gelde kan maken.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9647Rechtbank Den Haag, 20 maart 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Verzoek van de vereffenaar om toestemming voor het instellen van een gerechtelijke procedure tegen de langstlevende echtgenote en geschil over de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1361Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 februari 2026 (personen- en familierecht)

    gelasten wijze verdeling om uit impasse met betrekking tot vereffening van de nalatenschap te komen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1845Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    vereffenaar wenst woning erflaatster te gelde te maken om schulden nalatenschap te voldoen. inwonende zoon erflaatster werkt daar niet aan mee. vordering in kort geding tot ontruiming woning…

54 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.