Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:15 BW

Geldt sinds 1 mei 2004

  1. 1

    Voor zover de erfgenamen over de vaststelling van de omvang van de in artikel 13 lid 3 bedoelde geldvordering niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt deze op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter vastgesteld. De artikelen 677 tot en met 679 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Indien bij de vaststelling van de in artikel 13 lid 3 bedoelde geldvordering: a.omtrent de waarde van de goederen en de schulden van de nalatenschap is gedwaald en daardoor een erfgenaam voor meer dan een vierde is benadeeld, b.het saldo van de nalatenschap anderszins onjuist is berekend, dan wel c. de geldvordering niet is berekend overeenkomstig het deel waarop het kind aanspraak kon maken, wordt de vaststelling op verzoek van een kind of de echtgenoot dienovereenkomstig door de kantonrechter gewijzigd. Op de vaststelling is hetgeen omtrent verdeling is bepaald in de artikelen 196 leden 2, 3 en 4, 199 en 200 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Bij de vaststelling van de geldvordering zijn de artikelen 229 tot en met 233 van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De artikelen 187 en 188 van Boek 3 zijn op de vaststelling van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1323Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Verdeling gemeenschap; benoeming taxateur; heeft de verdelingsrechter ex art. 3:185 BW jo. 679 lid 2 Rv de mogelijkheid om bindend taxateur aan te wijzen?; maatstaf totstandkoming overeenkomst tot…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1129Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (personen- en familierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een…

  • ECLI:NL:HR:2023:1632Hoge Raad, 24 november 2023 (civiel recht)

    Erfrecht. Wettelijke verdeling. Art. 4:13 lid 3 BW. Vaststelling van omvang van geldvorderingen van (stief)kinderen ten laste van echtgenote van erflater. Moet bij die vaststelling worden betrokken…

  • ECLI:NL:PHR:2023:697Parket bij de Hoge Raad, 28 juli 2023 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Geschil over geldvorderingen (stief)kinderen (art. 4:15 lid 1 BW). Uitkering door levensverzekeraar aan hypotheekbank in de, achteraf onjuist gebleken, veronderstelling dat de verzekering…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7236Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026 (civiel recht)

    Erfrecht, verzoek tot diverse voorlopige bewijsverrichtingen, bevoegdheid, onvoldoende vertegenwoordiging in deze procedure van onder beschermingsbewind geplaatste kind van erflater, tevens…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3729Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2026 (civiel recht)

    Verdeling nalatenschappen. Incident inzagevordering. Rechtbank bevoegd t.a.v. vordering op grond van art. 4:15 lid 1 BW? Heeft eiser in incident voldoende belang bij zijn vordering?

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11658Rechtbank Gelderland, 10 december 2025 (civiel recht)

    Erfrecht. Tussenvonnis. Vordering op erfgenamen van langslevende echtgenoot (stiefvader) uit hoofde van wettelijke verdeling van de nalatenschap van erflaatster (moeder). Hoogte vordering staat niet…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7612Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 december 2025 (civiel recht)

    Erfrecht. Eindbeschikking na eerder tussenbeschikkingen. Vaststelling van het wettelijk erfdeel (artikel 4:16 BW).

59 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.