Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:56 BW

Bevoordeelde moet bestaan wanneer de uiterste wil werkt redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Om aan een making een recht te kunnen ontlenen, moet men bestaan op het ogenblik dat de nalatenschap openvalt. Rechten uit een making ten voordele van een rechtspersoon die voor dat ogenblik is opgehouden te bestaan ten gevolge van een fusie of een splitsing, komen toe aan de verkrijgende rechtspersoon, onderscheidenlijk de verkrijgende rechtspersoon waarvan de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving datbepaalt. Indien aan de hand van de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon in de plaats en de rechten treedt van de gesplitste rechtspersoon, is artikel 334s van Boek 2 van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Indien een erflater heeft bepaald dat hetgeen hij aan een afstammeling van een ouder van de erflater nalaat, bij het overlijden van de bevoordeelde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze, ontlenen dezen aan de making een recht, ook al bestonden zij nog niet bij het overlijden van de erflater.

  3. 3

    Heeft een erflater bepaald dat hetgeen hij aan iemand nalaat, bij het overlijden van de bevoordeelde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan een afstammeling van een ouder van de erflater, en tevens dat indien die afstammeling dat tijdstip niet overleeft, diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze in diens plaats zullen treden, dan verkrijgen dezen dit recht, ook al bestonden zij nog niet bij het overlijden van de erflater.

  4. 4

    Indien een erflater heeft bepaald dat hetgeen de bevoordeelde van het hem nagelatene bij zijn overlijden of op een eerder tijdstip onverteerd zal hebben gelaten, alsdan zal ten deel vallen aan een dan bestaande bloedverwant van de erflater in de erfelijke graad, verkrijgt deze dit recht, ook al bestond hij nog niet bij het overlijden van de erflater.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:120Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Legitieme portie. Tweetrapsmaking met ontbindende voorwaarde van faillissement. Verkrijging als bedoeld in art. 4:71 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2024:729Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2024 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Vrouw om het leven gebracht door echtgenoot. Ontslag van alle rechtsvervolging wegens psychose. Toch onwaardigheid om te erven ex art. 4:3 lid 1 onder a BW? Art. 8 lid 1 EVRM (family life)…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:538Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 februari 2022 (civiel recht)

    uitleg testament op grond van artikel 4:46 BW; appellante stelt dat sprake is van een vergissing in het testament en dat zij op grond van artikel 4:46 lid 3 BW moet worden aangemerkt als erfgenaam…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:3211Rechtbank Den Haag, 22 april 2020 (civiel recht)

    Beroep op artikel 4:46 lid 3 BW: erflater heeft zich vergist in testament in de aanduiding van een persoon.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:1725Rechtbank Den Haag, 12 februari 2019 (civiel recht)

    Verzoek heropening van de vereffening afgewezen. De na de (turbo)liquidatie van de Stichtingen opengevallen of nog open te vallen legaten of erfstellingen kunnen niet worden aangemerkt als baten als…

  • ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2391Gerechtshof 's-Gravenhage, 12 juli 2011 (personen- en familierecht)

    Uitleg testament waarbij een stichting tot erfgename is benoemd. Heeft erflater bedoeld zijn vermogen na te laten aan later opgerichte stichting, die eenzelfde doel heeft als de stichting als de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3825Gerechtshof Amsterdam, 30 september 2008 (civiel recht)

    Het hof is van oordeel dat een zware maatregel, gezien de ernst van de klacht, op zijn plaats is. Daarbij weegt ook mee dat ten aanzien van de notaris meermalen klachten van vergelijkbare aard…

  • ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6696Gerechtshof Amsterdam, 25 oktober 2007 (civiel recht)

    Het standpunt van de notaris dat hij tussentijds niet zou kunnen uitkeren in verband met de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap door de Stichting vindt geen steun in het recht, zodat er in…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.