Burgerlijk Wetboek Boek 4

BW

Huidige tekst

Artikel 4:181 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De in de vorige artikelen bedoelde opzegging kan slechts geschieden door de rechthebbende, en dat wel schriftelijk en met inachtneming van een termijn van een maand.

  2. 2

    De opzegging moet worden gericht tot de bewindvoerder en tot de belanghebbenden zo die er zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:8439Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 november 2025 (personen- en familierecht)

    Vonnis. Ex-samenlevers, verdeling. Gedeeltelijke overeenstemming. Alimentatievordering afgesplitst.

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:5110Rechtbank Overijssel, 13 december 2023 (civiel recht)

    Eiser en gedaagde hebben gedurende hun – inmiddels beëindigde - relatie een woning in gezamenlijk eigendom verkregen. Eiser vordert onder meer dat gedaagde zal meewerken aan de verkoop van de woning.…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:6102Rechtbank Rotterdam, 2 augustus 2017 (civiel recht)

    Schuldeiser spreekt ten onrechte wettelijk vertegenwoordiger van minderjarige erfgenaam aan. De vordering kan enkel worden verhaald op de goederen der nalatenschap en niet op het privévermogen van de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7200Rechtbank Amsterdam, 20 oktober 2011 (civiel recht)

    Verzoek tot opheffing testamentair bewind op grond van 4:178 lid 2 BW. Het bewind voor zover dat was ingesteld mede in het belang van opvolgend vruchtgebruiker, is beëindigd door gemeenschappelijk…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.