Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 23 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7488Zaaknummer 12036120 UB VERZ 25-538
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12036120 UB VERZ 25-538
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Verzoekster verzoekt de kantonrechter om verweerders (de kinderen van haar overleden echtgenoot) een termijn te stellen om een keuze te maken over aanvaarding van de nalatenschap van hun vader (artikel 4:192 lid 2 BW). In zijn testament heeft hij de wettelijke verdeling van toepassing verklaard. Verweerders verzoeken de kantonrechter bij wijze van zelfstandig verzoek om hun vordering op verzoekster vanwege de wettelijke verdeling vast te stellen (artikel 4:15 lid 1 BW). Ook verzoeken zij om haar te veroordelen om stukken te verstrekken die zij voor de berekening van hun vordering nodig hebben. Hoewel zij hiervoor eigenlijk een vordering hadden moeten instellen bij de rechtbank, heeft de kantonrechter tijdens de zitting met partijen om proceseconomische redenen afgesproken dat zij op dit verzoek inhoudelijk zal beslissen. Het verzoek wordt deels toegewezen. De beoordeling van het zelfstandige verzoek om de vordering vanwege de wettelijke verdeling vast te stellen wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [verzoekster] om aan [belanghebbenden] binnen drie maanden na vandaag (dus uiterlijk op 23 december 2026) de volgende stukken te verstrekken:
- de bankrekeningafschriften vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden van erflater van [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2];
- een overzicht van de bankrekeningen die op naam van erflater stonden van ING-Bank en Regiobank (nu mogelijk ASN Bank);
- als uit het hiervoor genoemde overzicht van de ING-Bank en Regiobank (nu mogelijk ASN Bank) blijkt dat de bankrekeningen met nummer [rekeningnummer 3], [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5] (mede) op naam van erflater stonden: de afschriften van deze rekeningen vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden van erflater;
- een (van een Poolse bank verkregen) overzicht van de bankrekeningen in Polen op naam van erflater, en indien erflater bankrekeningen in Polen had de banksaldi per de datum van overlijden en de bankafschriften van deze rekeningen van 2019 tot en met de dag van overlijden
- een verklaring van een Poolse notaris waaruit blijkt of erflater op de dag van zijn overlijden in Polen eigenaar was van onroerende zaken;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het verzoek om [belanghebbenden] een termijn te stellen om een keuze te maken over het aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap af;
wijst het verzoek om te bepalen dat [belanghebbenden] het onderzoek naar eventuele goederen van erflater in Polen zelf moeten uitvoeren en in ieder geval de kosten van dit onderzoek moeten dragen en in dat verband een voorschot aan [verzoekster] moeten betalen af;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.F. Hermans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. |
| Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
locatie Utrecht
zaaknummer: 12036120 UB VERZ 25-538
Beschikking van 23 september 2026
Inzake het verzoek van:
[verzoekster],
wonend in [plaats 1],
gemachtigde mr. T.A.D. Luijten,
hierna: [verzoekster],
tegen:
[belanghebbende 1],
wonend in [plaats 2],
[belanghebbende 2],
wonend in [plaats 3],
gemachtigde: mr. J.M. Peet,
hierna: [belanghebbenden].
[verzoekster] heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van:
[erflater], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940, overleden in zijn laatste woonplaats [plaats 4] op [datum van overlijden] 2024, hierna: erflater.
1 De procedure
De griffie van deze rechtbank heeft op 29 december 2025 een verzoekschrift ontvangen waarin [verzoekster] aan de kantonrechter vraagt om aan [belanghebbenden] een termijn te stellen om een keuze te maken over de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap van erflater.
Op 20 februari 2026 heeft de griffie van deze rechtbank een verweerschrift en op 19 juni 2026 een aanvullend verweerschrift, met daarin zelfstandige verzoeken, van [belanghebbenden] ontvangen.
Op 30 juni 2026 heeft de griffie van [verzoekster] een verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van [belanghebbenden] ontvangen met daarin aanvullende verzoeken.
De griffie heeft van [belanghebbenden] op 2 juli 2026 aanvullende productie 9 ontvangen en van [verzoekster] op 3 juli 2026 aanvullende productie 26.
Van [verzoekster] heeft de griffie op 6 juli 2026 een aanvullende productie 27 ontvangen.
Op 7 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken dat zij het zelfstandige verzoek van [belanghebbenden] om [verzoekster] te veroordelen tot het verstrekken van stukken om proceseconomische redenen in behandeling zou nemen, hoewel [belanghebbenden] hierover eigenlijk een vordering bij de rechtbank hadden moeten instellen. Dit is vermeld in het verkorte proces-verbaal dat van de mondelinge behandeling is opgemaakt. In dit proces-verbaal is ook vermeld dat [belanghebbenden] een gewijzigd verzoekschrift zouden indienen waarin zij zouden verduidelijken welk(e) document(en) zij van [verzoekster] verlangen over (eventueel) vermogen van erflater in Polen. [verzoekster] zou daarop vervolgens mogen reageren. Dit is een uitzondering op de regel dat er na de mondelinge behandeling geen schriftelijke ronde meer plaatsvindt en er een beschikking wordt gegeven.
De griffie heeft op 3 augustus 2026 van [belanghebbenden] een akte genaamd “wijziging zelfstandige verzoeken” ontvangen en op 24 augustus 2026 een verweerschrift daartegen van [verzoekster]. Beide processtukken bevatten meer dan tijdens de mondelinge behandeling was afgesproken. Hiervoor is geen gelegenheid gegeven.
[verzoekster], [belanghebbenden] is op 3 september 2026 daarom schriftelijk bericht dat de kantonrechter wat betreft de akte “wijziging zelfstandige verzoeken” van [belanghebbenden] alleen acht zal slaan op de paragrafen 1,2, 4 (en dan slechts onder D de kop en vervolgens vanaf “Om bankrekeningen van een overledene in Polen op te vragen” tot en met “de daarmee samenhangende kosten kunnen ten laste strekken van de nalatenschap”, onder E de kop en vervolgens vanaf “Als het zogenaamde grondboeknummer bekend is” tot en met “en van daaruit kunnen via voornoemde link de benodigde informatie en stukken worden verkregen” en onder F omdat dit een wijziging van verzoek betreft). Dit betekent dat het processtuk voor het overige buiten beschouwing wordt gelaten Partijen is ook bericht dat de kantonrechter alleen acht zal slaan op paragraaf 13 en op paragraaf 22 van het verweerschrift tegen de akte van [verzoekster]. Paragraaf 13 bevat een reactie op de stellingen van [belanghebbenden] over het onroerend goed in Polen en artikel 22 bevat een voorwaardelijke vermeerdering van het verzoek (hoewel de kop van het processtuk daarover niets vermeldt). [belanghebbenden] zijn de in de gelegenheid gesteld om op deze voorwaardelijke vermeerdering te reageren. [verzoekster] heeft op dit bericht van de kantonrechter gereageerd, maar de inhoud van deze reactie leidt niet tot een andere procesbeslissing.
Op 16 september 2026 heeft de griffie van [belanghebbenden] een reactie op de voorwaardelijke vermeerdering van verzoek ontvangen.
2 De feiten
Erflater was gehuwd met [verzoekster] toen hij op [datum van overlijden] 2024 overleed. [verzoekster] is afkomstig uit Polen.
[belanghebbenden] zijn de kinderen van erflater. [verzoekster] is niet hun moeder.
Erflater heeft op 7 december 2023 bij testament over zijn nalatenschap beschikt. In zijn testament is hij niet afgeweken van de wettelijke erfopvolging, zodat [verzoekster] en [belanghebbenden] zijn (wettelijke) erfgenamen zijn. Erflater heeft daarnaast de wettelijke verdeling van toepassing verklaard. Dit betekent dat [verzoekster] als langstlevende echtgenoot van rechtswege alle goederen van erflater heeft verkregen, onder de verplichting om de schulden van de nalatenschap te voldoen. [belanghebbenden] hebben een vordering op haar verkregen die (in beginsel) pas opeisbaar is bij haar overlijden. Deze vordering komt overeen met de waarde van hun erfdeel. Dit alles is geregeld in de artikelen 4:13 en 4:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
[verzoekster] is benoemd tot executeur en zij heeft deze benoeming aanvaard.
3 De verzoeken
De verzoeken van [verzoekster]
verzoekt de kantonrechter om een termijn aan [belanghebbenden] te stellen waarbinnen zij een keuze dienen uit te brengen over het verwerpen of aanvaarden (zuiver of beneficiair) van de nalatenschap van erflater en primair om hen te veroordelen in de proceskosten subsidiair om te bepalen dat [verzoekster] ’s kosten van deze procedure als kosten van de nalatenschap kunnen worden aangemerkt.
In haar verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van [belanghebbenden] heeft [verzoekster] haar verzoeken vermeerderd. Als de verzoeken van [belanghebbenden] om hun geldvorderingen op [verzoekster] vast te stellen niet worden afgewezen, verzoekt [verzoekster] om 1) de vordering van [belanghebbende 1] vast te stellen op € 228.955,50 dan wel
€ 223.955,50 en die van [belanghebbende 2] op € 229.027,44 en om 2) te bepalen dat de kosten van deze procedure, de kosten van de notaris en de erfbelasting op deze vorderingen in mindering komen. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat [belanghebbende 1] de koopsom van
€ 5.000,00 voor de Volvo die hij volgens haar van erflater heeft gekocht aan de nalatenschap moet betalen, dan wel te bepalen dat dit bedrag in mindering strekt op zijn vordering.
Voor het geval er onderzoek moet worden uitgevoerd naar mogelijke bankrekeningen en onroerend goed van erflater in Polen, verzoekt [verzoekster] daarnaast primair te bepalen dat [belanghebbenden] dit onderzoek zelf binnen twee maanden na de beschikking moeten verrichten en de kosten daarvan moeten dragen. Subsidiair verzoekt [verzoekster], als zij wordt veroordeeld om bepaalde bescheiden (de kantonrechter begrijpt: in Polen) op te vragen, hiervoor een termijn te geven van drie maanden en te bepalen dat [belanghebbenden] hiervan de kosten moeten dragen en in dat kader een voorschot van € 5.000 aan haar moeten voldoen.
[belanghebbenden] voeren verweer tegen de verzoeken van [verzoekster].
De zelfstandige verzoeken van [belanghebbenden]
[belanghebbenden] verzoeken de kantonrechter kort gezegd om [verzoekster] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking diverse stukken te verstrekken onder last van een dwangsom en om hun vorderingen uit hoofde van de wettelijke verdeling vast te stellen. Om welke stukken het gaat, zal hieronder bij de beoordeling worden vermeld. Daarnaast verzoeken [belanghebbenden] (samengevat) te bepalen dat [verzoekster] zekerheid moet stellen voor hun vorderingen uit hoofde van de wettelijke verdeling.
[verzoekster] voert verweer tegen de verzoeken van [belanghebbenden].
4 De beoordeling
Termijn voor aanvaarden of verwerpen
[belanghebbenden] hebben de nalatenschap van erflater inmiddels (beneficiair) aanvaard, zodat het verzoek van [verzoekster] om hen een termijn te stellen om de nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen zal worden afgewezen wegens een gebrek aan belang.
Verstrekken stukken
[belanghebbenden] verzoeken om [verzoekster] te veroordelen de volgende stukken te verstrekken:
- bankafschriften van 2019 tot en met de datum van overlijden alsmede de saldi op de dag van het overlijden van:
o [rekeningnummer 1];
o [rekeningnummer 2];
o [rekeningnummer 3];
o [rekeningnummer 4];
o [rekeningnummer 5];
o eventuele andere bankrekeningen binnen of buiten Nederland;
- een overzicht van de betreffende banken waarop vermeld staat welke rekeningen aanwezig zijn;
- auto’s en caravan:
o Peugeot ( [kenteken 1] );
o Volvo ( [kenteken 2] );
o Ford Focus Coupe Collectors Edition ( [kenteken 3] );
o caravan Adria ( [kenteken 4] );
o eventuele andere auto’s of voertuigen in of buiten Nederland;
- overzicht van de bankrekeningen in Polen alsmede de banksaldi per de datum van overlijden en de bankafschriften van 2019 tot 1 september 2024;
- kosten uitvaart en grafsteen;
- taxatierapport van de inboedelgoederen;
- taxatierapport (NWWI) van de woning;
- overzicht van onroerende zaken in Polen op naam van erflater;
- overzicht van onroerende zaken in Polen op naam van [verzoekster] en de (herkomst van de) financiering daarvan,
op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag/dagdeel.
[belanghebbenden] gronden dit verzoek op artikel 3:15j BW en artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Artikel 3:15j BW bepaalt (kort gezegd) dat erfgenamen bescheiden uit de administratie van een erflater kunnen vorderen, mits ze daarbij een rechtstreeks en voldoende belang hebben. Op grond van artikel 194 Rv heeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over gegevens over die rechtsbetrekking recht op een afschrift van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. [belanghebbenden] hebben artikel 4:16 lid 4 BW echter niet genoemd. Dit artikel bepaalt dat de langstlevende echtgenoot en ieder kind tegenover elkaar recht op inzage in en een afschrift van alle bescheiden hebben die zij voor de berekening van hun aanspraak nodig hebben.
[belanghebbenden] moeten als kinderen van erflater kunnen vaststellen wat de omvang is van de nalatenschap, zodat hun vordering op [verzoekster] kan worden berekend. De kantonrechter zal hieronder beoordelen of de hiervoor genoemde stukken daarvoor nodig zijn. Omdat [verzoekster] executeur is, zal zij (anders dan [belanghebbenden]) in staat zijn om bepaalde stukken bij derden op te vragen als zij hierover zelf niet beschikt.
[rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2]
[verzoekster] erkent dat deze rekeningen (mede) op naam stonden van erflater. Onder meer omdat uit rekeningafschriften kan blijken dat erflater een vordering had op derden, hebben [belanghebbenden] er belang bij om deze afschriften te ontvangen. Een dergelijke vordering bepaalt namelijk mede de omvang van de nalatenschap en daarmee ook de hoogte van de vordering van [belanghebbenden] op [verzoekster]. [verzoekster] zal deze afschriften op grond van artikel 4:16 lid 4 (zie 4.3.) aan hen moeten verstrekken. Omdat zij executeur is, zal zij de afschriften namelijk kunnen opvragen. De kantonrechter zal [verzoekster] daarom veroordelen om de bankrekeningafschriften vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden van [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] aan [belanghebbenden] te verstrekken. Over de saldi op de dag van overlijden van erflater zijn [belanghebbenden] al geïnformeerd.
[rekeningnummer 3], [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5]
Deze rekeningen staan (in ieder geval op dit moment) op naam van [verzoekster]. Volgens [belanghebbenden] zijn deze rekeningen mogelijk ook van erflater geweest en na het overlijden op naam van [verzoekster] gezet. [verzoekster] weerspreekt dit. Omdat zij zal worden veroordeeld om het in 4.7. genoemde overzicht te verstrekken, zal duidelijk worden of deze rekeningen op naam van erflater stonden toen hij overleed. Als dat zo is, zal [verzoekster] de afschriften van deze rekeningen moeten verstrekken vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden.
Een overzicht van de betreffende banken waarop vermeld staat welke rekeningen aanwezig zijn
[verzoekster] kan bij ING-Bank en Regiobank (nu mogelijk ASN Bank) een overzicht van de bankrekeningen opvragen die op naam van erflater stonden op de dag van zijn overlijden. De kantonrechter zal [verzoekster] veroordelen deze overzichten aan [belanghebbenden] te verstrekken.
Eventuele andere bankrekeningen in of buiten Nederland
[verzoekster] heeft gesteld dat erflater geen andere bankrekeningen bij andere banken had. Zij kan daarom niet worden veroordeeld om een overzicht van deze rekeningen te verstrekken. Op de vraag of erflater bankrekeningen in Polen had, zal hierna in 4.11. worden teruggekomen.
Peugeot ( [kenteken 1] ), Volvo ( [kenteken 2] ), Ford Focus Coupe Collectors Edition ( [kenteken 3]) eventuele andere auto’s of voertuigen binnen of buiten Nederland en caravan Adria ( [kenteken 4])
Het is de kantonrechter niet duidelijk welke bescheiden [belanghebbenden] van [verzoekster] willen ontvangen. Partijen zijn het er tijdens de zitting in ieder geval over eens geworden dat de caravan tot de nalatenschap behoort, maar geen waarde heeft. [verzoekster] hoeft daarom geen informatie met betrekking tot de caravan te verstrekken. Volgens [verzoekster] staat de Ford Focus op haar naam. De kantonrechter begrijpt dat zij hiermee wil zeggen dat deze auto niet tot de nalatenschap behoort. Dat geldt volgens haar ook voor de Peugeot en de Volvo heeft erflater vlak voor zijn overlijden aan [belanghebbende 1] verkocht, zo stelt zij. Partijen zijn het er dus niet over eens of deze auto’s tot de nalatenschap behoren. Dit is een discussie die later (in het kader van de vaststelling van de vorderingen van [belanghebbenden]) eventueel kan worden gevoerd.
Overzicht van de bankrekeningen in Polen alsmede de banksaldi per de datum van overlijden en de bankafschriften van 2019 tot 1 september 2024
Volgens [belanghebbenden] verbleven erflater en [verzoekster] regelmatig in Polen en had erflater daar vermogen. In de akte “wijziging zelfstandige verzoeken” die de kantonrechter na de mondelinge behandeling heeft ontvangen, hebben zij vermeld welke stukken zij hierover van [verzoekster] wensen te ontvangen. Volgens hen is het voor erfgenamen mogelijk om bij iedere bank in Polen te informeren of een erflater een bankrekening in Polen had. Daarvoor zijn een geldig ID-bewijs, een internationale overlijdensakte en een verklaring van erfrecht (bedoeld zal zijn: verklaring van erfrecht of executele) nodig. De verklaring van erfrecht (of executele) moet zijn voorzien van een apostille en zijn vertaald door een beëdigd tolk. Wat [belanghebbenden] betreft moeten de kosten hiervan ten laste komen van de nalatenschap.
Tijdens de mondelinge behandeling is afgesproken dat [verzoekster] hierop in een verweerschrift mocht reageren. Deze reactie moest dan gaan over de aard van de stukken die [belanghebbenden] van haar verlangen, niet over de achtergrond van hun verzoek. De kantonrechter heeft met partijen besproken dat dit nodig was om te voorkomen dat [verzoekster] tot iets zou worden veroordeeld waaraan zij niet kan voldoen (bijvoorbeeld omdat het type stuk in Polen niet bestaat of niet kan worden verkregen). Omdat de inhoud van het verweerschrift geen reactie wat betreft de aard van de stukken bevatte, heeft de kantonrechter bericht dat op dit verweerschrift grotendeels geen acht wordt geslagen (zie 1.9.). [verzoekster] heeft in het verweerschrift niet gesteld dat het voor haar niet mogelijk is om de genoemde informatie bij de banken te verkrijgen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat zij deze informatie als executeur kan opvragen en zal haar veroordelen om een (van een Poolse bank verkregen) overzicht van de bankrekeningen in Polen op naam van erflater aan [belanghebbenden] te verstrekken. Uit dit overzicht moet blijken of erflater op de datum van zijn overlijden bankrekeningen in Polen had en zo ja, welke. Als hij bankrekeningen had, moet zij de rekeningafschriften aan [belanghebbenden] verstrekken vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden. Zij hebben op grond van artikel 4:16 lid 4 BW (zie weer 4.3.) recht op deze informatie en zullen deze (omdat er een executeur is) niet zelf kunnen opvragen. Waarom de bankafschriften tot 1 september 2024 zouden moeten worden verstrekt, hebben [belanghebbenden] niet toegelicht.
overzicht van onroerende zaken in Polen op naam van erflater
Volgens [belanghebbenden] heeft [verzoekster] hun verteld dat erflater eigenaar is van onroerende zaken in Polen. [verzoekster] heeft dit betwist. [belanghebbenden] willen hierover helderheid hebben en hebben erop gewezen dat een Poolse notaris in het Poolse registersysteem kan zoeken op de naam en geboortedatum van de overledene. [verzoekster] heeft in haar akte niet gesteld dat dit niet kan. Zij zal daarom worden veroordeeld om een verklaring van de notaris over te leggen waaruit blijkt of erflater op de dag van zijn overlijden in Polen eigenaar was van onroerende zaken. Zij zal hiertoe als executeur in staat zijn, en [belanghebbenden] niet. Ook hiervoor geldt: [belanghebbenden] hebben op grond van artikel 4:16 lid 4 BW recht op deze informatie.
een overzicht van de onroerende zaken in Polen op naam van [verzoekster] en de (herkomst van de) financiering daarvan
De informatieplicht die [verzoekster] op grond van artikel 4:16 lid 4 BW heeft, gaat (uiteraard) niet zo ver dat zij [belanghebbenden] als kinderen van erflater moet informeren over haar eigen vermogen, laat staan dat zij hen moet informeren over hoe dat vermogen is gefinancierd. Ook artikel 3:15j BW biedt daarvoor geen grondslag (omdat het niet gaat over vermogen van erflater) en artikel 194 Rv evenmin (omdat niet is gesteld dat het hier gaat om een rechtsbetrekking waarbij [belanghebbenden] als rechtsopvolgers van erflater partij zijn). Het gaat hier, kortom, om een fishing expedition en daarvoor is geen plaats.
Kosten uitvaart en grafsteen, taxatierapport van de inboedelgoederen en taxatierapport (NWWI) van de woning
[verzoekster] heeft de facturen van de uitvaart en de grafsteen verstrekt, zodat [belanghebbenden] bij dit deel van hun verzoek geen belang meer hebben. Dat geldt ook voor de genoemde taxatierapporten.
Termijn voor verstrekken stukken en dwangsom
[verzoekster] zal worden veroordeeld om de stukken binnen drie maanden na de datum van deze beschikking (dus uiterlijk op 23 december 2026) te verstrekken, zoals zij wat betreft de bescheiden uit Polen heeft verzocht. De termijn van veertien dagen die [belanghebbenden] hebben genoemd, is veel te kort. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat [verzoekster] niet aan de veroordeling zal voldoen. Om die reden zal de kantonrechter geen dwangsom opleggen.
Kosten onderzoek
[verzoekster] vraagt de kantonrechter te bepalen dat [belanghebbenden] de kosten voor het onderzoek naar goederen van de nalatenschap van erflater moeten betalen en om hen te veroordelen om in dat kader een voorschot van € 5.000,00 aan [verzoekster] te voldoen. [belanghebbenden] verweren zich tegen dit verzoek.
De kantonrechter zal dit verzoek afwijzen, omdat kosten die gemaakt worden ter inventarisatie van de (omvang van de) nalatenschap van erflater kosten van de executele zijn en daarmee een schuld vormen van de nalatenschap (artikel 4:7 lid 1 sub d BW).
Overige verzoeken
De kantonrechter zal de beslissing op de overige verzoeken aanhouden. [belanghebbenden] zullen gelegenheid krijgen om hun verzoek om hun vorderingen uit hoofde van de wettelijke verdeling vast te stellen (na inventarisatie van de door hen te ontvangen stukken) te concretiseren. De kantonrechter gaat ervan uit dat zij hiertoe binnen zes maanden na vandaag in staat zullen zijn en dat zij dus uiterlijk op 23 maart 2027 een akte zullen indienen waarin zij dit doen. [verzoekster] zal vervolgens gelegenheid krijgen om hierop te reageren.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [verzoekster] om aan [belanghebbenden] binnen drie maanden na vandaag (dus uiterlijk op 23 december 2026) de volgende stukken te verstrekken:
- de bankrekeningafschriften vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden van erflater van [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2];
- een overzicht van de bankrekeningen die op naam van erflater stonden van ING-Bank en Regiobank (nu mogelijk ASN Bank);
- als uit het hiervoor genoemde overzicht van de ING-Bank en Regiobank (nu mogelijk ASN Bank) blijkt dat de bankrekeningen met nummer [rekeningnummer 3], [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5] (mede) op naam van erflater stonden: de afschriften van deze rekeningen vanaf 2019 tot en met de dag van overlijden van erflater;
- een (van een Poolse bank verkregen) overzicht van de bankrekeningen in Polen op naam van erflater, en indien erflater bankrekeningen in Polen had de banksaldi per de datum van overlijden en de bankafschriften van deze rekeningen van 2019 tot en met de dag van overlijden
- een verklaring van een Poolse notaris waaruit blijkt of erflater op de dag van zijn overlijden in Polen eigenaar was van onroerende zaken;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het verzoek om [belanghebbenden] een termijn te stellen om een keuze te maken over het aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap af;
wijst het verzoek om te bepalen dat [belanghebbenden] het onderzoek naar eventuele goederen van erflater in Polen zelf moeten uitvoeren en in ieder geval de kosten van dit onderzoek moeten dragen en in dat verband een voorschot aan [verzoekster] moeten betalen af;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.F. Hermans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. |
| Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.