Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 64 WIA

Geldt sinds 1 oktober 2017

Aanvraag van de uitkering 1 Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op een uitkering op grond van artikel 47 of artikel 54 ontstaat. 2 Het UWV stelt de verzekerde van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk op de dag waarop de wachttijd 89 weken heeft geduurd. Indien artikel 24, derde lid, van toepassing is doet het UWV deze kennisgeving bij de bekendmaking van de in dat artikellid bedoelde beschikking. Het UWV verstrekt aan de werkgever een afschrift van de kennisgeving bedoeld in de eerste en tweede zin. 3 De verzekerde doet zijn aanvraag uiterlijk elf weken voor afloop van de wachttijd of indien toepassing is gegeven aan artikel 24, derde lid, elf weken voor afloop van het in dat lid bedoelde verlengde tijdvak. 4 Indien het UWV de in het eerste lid bedoelde aanvraag afwijst omdat een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e, f of i, van toepassing is maakt het UWV melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag alsmede van de termijn waarbinnen een nieuwe aanvraag dient te worden gedaan. 5 Indien het vierde lid van toepassing is doet de verzekerde zijn nieuwe aanvraag binnen de op grond van dat lid door het UWV aangegeven termijn. 6 Een aanvraag wordt geacht tijdig te zijn ingediend indien het UWV de kennisgeving als bedoeld in het tweede lid niet heeft gedaan dan wel indien bij een latere kennisgeving dan bedoeld in het tweede lid of vierde lid de aanvraag wordt ingediend binnen vier weken nadat deze kennisgeving is ontvangen. Dit lid is niet van toepassing indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, niet heeft gedaan voor de dag waarop de wachttijd 81 weken heeft geduurd. 7 Indien het UWV toepassing geeft aan artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, tweede zin, wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort. 8 Het UWV hervat de behandeling van de aanvraag in ieder geval: a.indien het UWV heeft vastgesteld dat de tekortkoming, bedoeld in artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, is hersteld; b.op verzoek van de werknemer in verband met de beëindiging van zijn dienstbetrekking; of c.tenminste zes weken voordat het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, van 52 weken is verstreken. 9 Artikel 25, vijftiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in het achtste lid, onderdelen b en c. 10 Indien de toepassing van het eerste lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het UWV bevoegd het recht op een uitkering op grond van deze wet ambtshalve vast te stellen. 11 Het recht op een uitkering op grond van deze wet kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 52 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het UWV kan voor bijzondere gevallen van de eerste zin afwijken. 12 Het elfde lid is van overeenkomstige toepassing indien het recht op uitkering op grond van deze wet later ontstaat dan wel herleeft of indien de uitkering op grond van deze wet wordt verhoogd. 13 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die door de verzekerde bij de aanvraag worden verstrekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:899Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. 'Slapend dienstverband'. Is werkgever verplicht om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werknemer in te stemmen met voorstel om de…

  • ECLI:NL:PHR:2019:772Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2019 (arbeidsrecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. WWZ. Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Verzoek werknemer tot toekenning billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever gedurende…

  • ECLI:NL:HR:2014:1341Hoge Raad, 6 juni 2014 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Loonaanspraak bij ziekte. Verval loonaanspraak bij weigering passende arbeid; art. 7:629 lid 3, aanhef en onder c, BW. Komt loonaanspraak ook te vervallen over het…

  • ECLI:NL:PHR:2013:72Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2013 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot ontslag rechterlijk ambtenaar op grond van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte; art. 46i lid 1 en 46j Wrra.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9421Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Na afloop van de loongerelateerde uitkering toekenning van een IVA-uitkering. Geen aanleiding om IVA toe te kennen vanaf datum einde wachttijd.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:4503Rechtbank Rotterdam, 21 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het beroep ziet op de ingangsdatum van de aan eiser verstrekte uitkering en de hoogte van het uitkeringspercentage. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV een juiste ingangsdatum heeft…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2648Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Loonsanctie, eerste ziektedag. Verlenging wachttijd.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:209Centrale Raad van Beroep, 25 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herleving WIA-uitkering na detentie vanaf 1 mei 2023. Terecht geoordeeld dat het recht op uitkering over de periode voorafgaand aan die datum niet kan worden vastgesteld, omdat appellant niet…

187 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.