Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 26 WIA

Geldt sinds 1 januari 2019

Vangnetsituaties 1 Ten aanzien van de verzekerde die op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, van de Ziektewet recht heeft op ziekengeld, is op het UWV artikel 25, tweede, vierde, vijfde, en achtste tot en met zestiende lid, niet van toepassing en is artikel 25, eerste, derde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing. Het UWV stelt, binnen een bij ministeriële regeling nader te bepalen termijn, in overleg met die verzekerde, een plan van aanpak op. Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd. Artikel 30a, zesde en zevende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor «de re-integratievisie» telkens wordt gelezen: het plan van aanpak. 2 In afwijking van het eerste lid is artikel 25, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden. Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de eigenrisicodrager, bedoeld in de eerste zin, zonder deugdelijke grond de uit die zin voortvloeiende verplichtingen niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de persoon, bedoeld in de eerste zin recht op ziekengeld heeft op grond van artikel 29 van de Ziektewet, opdat de eigenrisicodrager zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. De verlenging, bedoeld in de tweede zin, is ten hoogste 52 weken. Artikel 25, tiende tot en met zestiende lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat indien de aanvraag later wordt gedaan dan in of op grond van artikel 64 voorgeschreven, de beschikking tot verlenging van het tijdvak, bedoeld in de tweede zin, uiterlijk zes weken voor de afloop van het op grond van artikel 29, tiende lid, onderdeel a, van de Ziektewet verlengde tijdvak wordt genomen. 3 Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bij de arbeidsinschakeling wordt ondersteund door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel c, van de Participatiewet, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op het college van burgemeester en wethouders en treedt het college van burgemeester en wethouders voor de toepassing van het eerste lid in de plaats van het UWV, met dien verstande dat de tweede zin van artikel 65 niet van toepassing is. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7807Rechtbank Rotterdam, 3 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    SV pilot. Maatregel ZW. In beroep is pas afdoende gemotiveerd wat de wettelijke grondslag is van de opgelegde maatregel. Het bestreden besluit bevat in zoverre een gebrek. De rechtbank zal dit gebrek…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7808Rechtbank Rotterdam, 3 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    SV Pilot. Maatregel ZW. De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht een maatregel heeft opgelegd vanwege het niet nakomen van gemaakte afspraken voor het vinden van passend werk of…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7809Rechtbank Rotterdam, 3 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    SV Pilot. Maatregel. Met de overgelegde e-mailberichten heeft eiseres aannemelijk gemaakt dat zij zich tijdig en met een geldige reden had afgemeld voor een afspraak met de bedrijfsarts, dan wel dat…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:723Rechtbank Oost-Brabant, 4 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Doorbetalingsverplichting ziektewetuitkering. Re-integratieactiviteiten onvoldoende. Ten onrechte door bedrijfsarts aangenomen dat er geen benutbare mogelijkheden waren.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:307Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de weigering een uitkering op de grond van de Ziektewet toe te kennen. Volgens het UWV kan niet worden vastgesteld of eiseres arbeidsongeschikt was, omdat zij zonder geldige…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1609Centrale Raad van Beroep, 29 oktober 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Tussenuitspraak. Voortzetten ZW-uitkering. De Raad komt tot het oordeel dat met besluit van 16 maart 2023 niet op juiste wijze uitvoering is gegeven aan de uitspraak van 22 februari 2023. De Raad…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:3958Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    ZW tussenuitspraak. UWV heeft onvoldoende gemotiveerd dat de eerste ziektedag op een datum in het verleden moet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:6723Rechtbank Rotterdam, 10 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding van verzoeker (werknemer) af wegens het ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie aan de werkgever. Het door verzoeker ingenomen standpunt dat…

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.