Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 19 WIA

Geldt sinds 4 juni 2008

Indiening verzoek en aanvang vrijwillige verzekering 1 Het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend bij het UWV: a.door de in artikel 18, eerste lid, onderdelen a, b en c, bedoelde personen binnen dertien weken na het einde van hun verplichte verzekering; b.door de in artikel 18, eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden als zelfstandige of zijn werkzaamheden als echtgenoot van de zelfstandige in diens bedrijfs- of beroepsuitoefening, een aanvang hebben genomen; c.door de in artikel 18, tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; d.door de in artikel 18, tweede lid, onderdelen b, c en e, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; e.door de in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. 2 Het UWV kan bepalen dat een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering, ingediend na de daartoe op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. 3 De vrijwillige verzekering vangt aan: a.voor de in artikel 18, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; b.voor de in artikel 18, eerste lid, onderdelen d, e en f, bedoelde persoon: op de dag van ontvangst van zijn verzoek om toelating; c.voor de in artikel 18, tweede lid, onderdelen b, c en e, bedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen. d. voor de in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: op de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:4914Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 augustus 2022 (bestuursrecht)

    WIA

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2009Centrale Raad van Beroep, 10 augustus 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Appellante blijft verzekerde voor de WAO. Het is voor haar niet mogelijk om te worden toegelaten tot de vrijwillige Wet WIA-verzekering. De aanvraag in dit verband is daarom terecht afgewezen. Van…

  • ECLI:NL:RBOBR:2019:2397Rechtbank Oost-Brabant, 24 april 2019 (civiel recht)

    Contradictoir. niet-ontvankelijk respectievelijk onbevoegdheid rechtbank ten aanzien van besluit weigering wia-uitkering op basis van vrijwillige verrzekering

  • ECLI:NL:CRVB:2016:820Centrale Raad van Beroep, 9 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Hoogte dagloon. Afwijzing verzoek om herziening

  • ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4858Centrale Raad van Beroep, 20 maart 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag toelating tot de vrijwillige verzekering. De aanvraag is niet ingediend binnen de voorgeschreven termijn van 13 weken. Het enkele feit dat geen informatie is verstrekt als door…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.