Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 61 WIA

Geldt sinds 1 januari 2018

De hoogte van de loongerelateerde uitkering en de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering 1 De loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering bedraagt per kalendermaand: a.0,75 x (A-B x C/D) over de eerste twee maanden waarin het recht op uitkering bestaat; en b.0,7 x (A-B x C/D) vanaf de derde maand waarin het recht op uitkering bestaat. Hierbij staat: A voor het maandloon; B voor het inkomen per kalendermaand; C voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is berekend; D voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 De hoogte van de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering komt overeen met de hoogte van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de verzekerde ten minste een inkomen verdient dat gelijk is aan zijn overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het derde lid, of indien voor hem geen inkomenseis als bedoeld in artikel 60 geldt. 3 De overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan twee maal de inkomenseis, bedoeld in artikel 60, tweede lid. 4 De loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering bedraagt voor de verzekerde die een inkomen verdient van ten minste 50% van doch minder dan zijn overblijvende verdiencapaciteit, per kalendermaand: 0,7 x (E-F x G/H). Hierbij staat: E voor het maandloon; F voor de overblijvende verdiencapaciteit; G voor het dagloon waarnaar de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering is berekend; H staat voor het dagloon waarnaar de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 5 Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het vierde lid, per kalendermaand minder bedraagt dan G × H waarbij: G staat voor het uitkeringspercentage, bedoeld in het zesde lid; en H staat voor het minimumloon per maand of het maandloon in het geval het minimumloon per maand hoger is dan het maandloon, wordt de hoogte van de uitkering, bedoeld in het vierde lid, vastgesteld op G × H, doch ten hoogste op 0,7 x (A-B x C/D), als bedoeld in het eerste lid. 6 Het uitkeringspercentage, bedoeld in het vijfde lid, bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: a.0–35%, 0% b. 35–45%, 28%; c. 45–55%, 35%; d. 55–65%, 42%; e. 65–80%, 50,75%; en bij f. 80% of meer, 70%. 7 De hoogte van de uitkering, bedoeld in het vijfde lid, wordt eerst nadat een wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid ten minste twee kalendermaanden heeft voortgeduurd, herzien. 8 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. 9 De hoogte van de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering wordt voor de verzekerde: a.die na het ontstaan van het recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk ziek is geworden, en b.voor wie als gevolg van de toepassing van artikel 43, onderdeel a, onder 1° , geen tweede recht op een uitkering op grond van dit hoofdstuk ontstaat omdat de eerste dag van de wachttijd is gelegen op een dag dat al recht op een uitkering op grond van deze wet bestaat of indien op die eerste dag het recht op een uitkering herleeft; gedurende de periode dat, in het geval hij wel recht zou hebben gehad op een loongerelateerde uitkering en in het geval de hoogte van de loongerelateerde uitkering hoger zou zijn geweest dan de hoogte van de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering zoals die op grond van het tweede, vierde, vijfde of zevende lid is vastgesteld, vastgesteld op de hoogte van die loongerelateerde uitkering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:459Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Begrip ‘loon uit tegenwoordige arbeid’. Samenloop arbeidskorting en samenvoegingsbepaling in de loonbelasting.…

  • ECLI:NL:PHR:2019:899Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. 'Slapend dienstverband'. Is werkgever verplicht om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werknemer in te stemmen met voorstel om de…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1063Centrale Raad van Beroep, 12 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte WIA-dagloon. Referteperiode juist vastgesteld. Het Uwv heeft terecht de inkomsten van appellante uit haar dienstverband in mindering gebracht op de WIA-uitkering. Omdat de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:3934Rechtbank Overijssel, 9 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Loondoorbetalingsverplichting werkgever. Arbeidskundig onderzoek. Redelijke uitleg van de arbeidsovereenkomst. Artikel 61, eerste lid van de Wet WIA. Artikel 7:629, eerste lid, van het BW.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:6138Rechtbank Noord-Holland, 15 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de definitieve berekening van de aan eiser toegekende WIA-uitkering over het jaar 2023 en tegen de terugvordering van het te veel ontvangen voorschot van € 8.706,14. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:500Centrale Raad van Beroep, 29 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering bruto onverschuldigd betaalde WIA-uitkering. Boete. Aannemelijk dat op geld waardeerbare werkzaamheden zijn verricht zonder dit te melden bij het UWV. Schending…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:430Centrale Raad van Beroep, 8 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering netto aan onverschuldigd betaalde WIA-uitkering. Geen dringende reden. De oorzaak van de terugvordering is het gevolg van de keuze van appellant om met het doorgeven van het…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:155Centrale Raad van Beroep, 19 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering WIA-uitkering en opleggen boete. Schending inlichtingenplicht, Appellant heeft werkzaamheden verricht bij ondernemingen en dit niet gemeld bij het Uwv. Het Uwv mocht bij…

136 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.