Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 37 WIA

Geldt sinds 1 januari 2018

Proefplaatsing 1 Het UWV en de eigenrisicodrager kunnen, in het kader van de bevordering van de inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de gedeeltelijk arbeidsgeschikte die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten. 2 De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn: a.werkzaamheden, waartoe de gedeeltelijk arbeidsgeschikte met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; b.werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte heeft afgesloten; c.werkzaamheden, die de gedeeltelijk arbeidsgeschikte niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d.werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het UWV of de eigenrisicodrager, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. 3 Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. 4 In afwijking van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, is de gedeeltelijk arbeidsgeschikte die onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste of tweede lid verricht, voor de duur van de proefplaatsing niet verplicht passende arbeid te verkrijgen. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2023:4628Raad van State, 13 december 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 november 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het aan [appellant sub 2] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2019 herzien en op nihil gesteld, en € 12.883,00 aan te…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:7143Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 november 2022 (bestuursrecht)

    KINDER

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:1525Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 maart 2022 (bestuursrecht)

    WIA

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:9165Rechtbank Noord-Holland, 9 november 2020 (belastingrecht)

    ongegrond, einde dienstverband, zwangerschapsverlof, verlenging uitlooptermijn, artikel 1.6, vijfde lid, van de Wkkp, artikel 1.6, zevende lid, van de Wkkp. De rechtbank verklaart het beroep…

  • ECLI:NL:RVS:2020:2324Raad van State, 30 september 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 april 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [appellante] over de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 oktober 2017 herzien en vastgesteld…

  • ECLI:NL:RVS:2020:841Raad van State, 25 maart 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [appellante] geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2016 en de toeslag per 1 januari 2016 stopgezet. [appellante]…

  • ECLI:NL:RVS:2019:3896Raad van State, 20 november 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 maart 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag over 2015 voor [appellante] definitief berekend en vastgesteld op nihil en € 16.269,00 aan teveel ontvangen…

  • ECLI:NL:RVS:2019:352Raad van State, 6 februari 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 mei 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellante] op kinderopvangtoeslag over 2013 stopgezet en het teveel betaalde van haar teruggevorderd.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.