Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

WIA

Huidige tekst

Artikel 23 WIA

Geldt sinds 1 januari 2013

De wachttijd 1 Voordat de verzekerde aanspraak kan maken op een uitkering op grond van deze wet geldt voor hem een wachttijd van 104 weken. 2 Als eerste dag van de wachttijd geldt de eerste werkdag al dan niet in een dienstbetrekking waarop door de verzekerde wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld en kunnen dagen waarop niet zou worden gewerkt als werkdag worden aangemerkt. 3 Bij het bepalen van de wachttijd worden de volgende perioden in aanmerking genomen: a.perioden waarin recht bestaat op ziekengeld als bedoeld in de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen worden in aanmerking genomen en worden samengeteld, indien zij: 1°. elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of 2°. direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid voorafgaande aan en de ongeschiktheid aansluitende op die periode redelijkerwijs niet geacht kunnen worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak; en b.perioden die niet al op grond van onderdeel a meetellen maar waarin de verzekerde ongeschikt is geweest voor zijn arbeid. Deze perioden worden samengeteld, indien zij: 1°. elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of 2°. direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid voorafgaande aan en de ongeschiktheid aansluitende op die periode redelijkerwijs niet geacht kunnen worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 4 Met recht op ziekengeld als bedoeld in het derde lid, wordt gelijkgesteld de situatie dat aan een verzekerde geen ziekengeld wordt betaald als gevolg van de toepassing van de artikelen 19a en 19b van de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen. 5 Voor het bepalen van de wachttijd worden niet in aanmerking genomen perioden gedurende welke: a.een uitkering wordt genoten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2°; b.geen recht op ziekengeld bestond op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de Ziektewet. 6 Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 66 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:565Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2024 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Uitleg pensioenreglement. Recht op premievrije pensioenopbouw na einde uitvoeringsovereenkomst waarvan datum ligt vóór verstrijken wachttijd voor WIA-uitkering?

  • ECLI:NL:PHR:2021:1183Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2021 (belastingrecht)

    Gedifferentieerde werkgeverspremie werkhervattingskas 2018; uitzendcontract met uitzendbeding; voor welke periode geldt de no-riskbepaling (art. 29b ZW) die werkgevers beschermt bij ziekte-uitval van…

  • ECLI:NL:PHR:2019:899Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. 'Slapend dienstverband'. Is werkgever verplicht om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werknemer in te stemmen met voorstel om de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6025Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan de (ex-werknemer). Werkgever beroep. In geschil is of de eerste…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13938Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toekenning van een IVA[1]-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank komt in…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7502Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    afwijzing WIA-aanvraag, niet verzekerd (geen werknemer, ontving bijstandsuitkering).

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1036Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd appellant een WIA-uitkering toe te kennen omdat hij de wachttijd van 104 weken niet heeft volgemaakt. Het hoger beroep slaagt…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7929Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank concludeert dat het UWV terecht met toepassing van artikel 13a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) het dagloon van eiser heeft vastgesteld op € 148,50 waarbij is…

462 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.