Ziektewet

ZW

Huidige tekst

Artikel 38 ZW

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    De werkgever van de verzekerde die bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, doet, uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van die werknemer 42 weken heeft geduurd, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van 42 weken worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 42 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

  2. 2

    Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste dag van de dienstbetrekking. Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste dag, bedoeld in de eerste zin, ten minste zes weken is gelegen stelt de werkgever, die geen eigenrisicodrager is, uiterlijk op die laatste dag van de dienstbetrekking in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer. De werknemer verstrekt op diens verzoek het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht.

  3. 3

    Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het eerste lid, of in de eerste zin van het tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Dit artikel is, met uitzondering van de tweede, derde en vierde zin van het tweede lid en het zesde en zevende lid, niet van toepassing op de verzekerde, die aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, en de werkgever van die verzekerde. Bij de toepassing van het zesde en zevende lid wordt voor «de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid» gelezen «de beoordeling, bedoeld in de vierde zin van het tweede lid».

  5. 5

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aangifte van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in het eerste lid, en met betrekking tot het tweede lid.

  6. 6

    Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.

  7. 7

    Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de werknemer zijn verplichting tot het verstrekken van het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werknemer een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt onderscheidenlijk aangevuld.

  8. 8

    Indien een aanvraag tot verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of een verzoek om verlenging van het tijdvak waarin een verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op loon of bezoldiging als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt ingediend zonder dat een aangifte op grond van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt deze aanvraag, respectievelijk dit verzoek, beschouwd als een aangifte op grond van het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7819Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af. Dat verzoekster ervoor heeft gekozen geen…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:11578Rechtbank Limburg, 24 november 2025 (civiel recht)

    Arbeidsrecht – Loonvordering – Toetsingskader geldvordering in kort geding - Eiseres is er niet in geslaagd het bestaan en de omvang van haar vordering op gedaagde voldoende aannemelijk te maken. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1865Centrale Raad van Beroep, 5 oktober 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Standpunt appellante dat zij heeft schade geleden omdat het Uwv niet tijdig beslissingen heeft genomen. Hierdoor was appellante bij de uitval van werknemer op 1 december 2017 verplicht het loon door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:953Rechtbank Oost-Brabant, 10 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    ‘Artikel 64, elfde en twaalfde lid, van de Wet WIA is ook van toepassing als de werkgever een verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex)werknemer doet. Dat het UWV niet…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:959Rechtbank Oost-Brabant, 10 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Wet WIA. Toekenning IVA-uitkering n.a.v. verzoek om herbeoordeling door werkgever. Dit verzoek is een aanvraag in de zin van artikel 64, eerste lid, van de Wet WIA. Artikel 64, elfde lid, van de Wet…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:11085Rechtbank Noord-Holland, 23 november 2022 (arbeidsrecht)

    Vordering loon etc gedeeltelijk toewijzen. Loonstop/loonopschorting etc.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:4203Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 juli 2022 (bestuursrecht)

    WIA

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:12526Rechtbank Den Haag, 10 november 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Boete wegens te late ziekteaangifte door werkgever. De rechtbank stelt de hoogte van de boete vast op € 230,-. Beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire…

74 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.