Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAO

Huidige tekst

Artikel 19 WAO

Geldt sinds 28 december 2012

  1. 1

    De verzekerde, die arbeidsongeschikt wordt, heeft, zodra hij onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt is geweest, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij na afloop van deze periode nog arbeidsongeschikt is. Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld en kunnen dagen waarop niet zou worden gewerkt als werkdag worden aangemerkt.

  2. 2

    Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het vorige lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.

  3. 3

    Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, die na afloop van het in het eerste, tweede, en zevende lid bedoelde tijdvak niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.

  4. 4

    Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene, die minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

  5. 5

    Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in de vorige leden, worden steeds in aanmerking genomen tijdvakken, gedurende welke aanspraak bestaat op ziekengeld krachtens de Ziektewet en worden niet in aanmerking genomen tijdvakken gedurende welke een uitkering wordt genoten als bedoeld in het tweede lid.

  6. 6

    Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid wordt een belanghebbende geacht aanspraak te hebben op ziekengeld krachtens de Ziektewet, indien hem in verband met de artikelen 19a, 19b, 19c, 29, 30, 31, 44 en 45 van de Ziektewet geen ziekengeld wordt uitgekeerd.

  7. 7

    De wachttijd, bedoeld in het eerste lid, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verlengd op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en de werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij artikel 29 of artikel 29a, eerste of vierde lid, van de Ziektewet van toepassing is dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a van de Ziektewet, tenzij onderdeel a van artikel 76c van die wet van toepassing is, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. De verlengde wachttijd eindigt op de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangegeven datum. De verlengde wachttijd kan op verzoek van de werkgever of de verzekerde worden verkort of wordt op hun gezamenlijk verzoek verder verlengd tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt bij verkorting van de verlengde wachttijd een nieuwe datum vast waarop de verlengde wachttijd eindigt, met dien verstande dat de wachttijd niet eerder eindigt dan vijftien weken na dat verzoek tenzij de werkgever voor het verstrijken van het tijdvak van die vijftien weken geen loon meer verschuldigd is, omdat de dienstbetrekking is geëindigd. Bij de bekendmaking van de beschikking maakt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen melding van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan. Het tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:99Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2022 (civiel recht)

    Pensioenverzekering (zogeheten C-polis) met (onder meer) recht op vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid en dekking voor een eventueel WAO-hiaat. Verzekerde is op 1 maart 2003…

  • ECLI:NL:HR:2020:322Hoge Raad, 21 februari 2020 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Schuldsaneringsregeling, verrekening (art. 307 lid 1 Fw). Besluit tot toekenning van WAO-uitkering. Verrekening door uitkerende instantie. Moment waarop schuld van…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1324Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2019 (civiel recht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Mag een uitkeringsinstantie een lopende, reeds vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegekende uitkering óók wat betreft een…

  • ECLI:NL:PHR:2013:1644Parket bij de Hoge Raad, 29 november 2013 (civiel recht)

    Particuliere aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering; uitkeringsreglement dat deel uitmaakt van algemeen verbindend verklaarde cao. Uitleg, recht in de zin van art. 79 RO, cao-norm (vgl. HR 17…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1167Centrale Raad van Beroep, 2 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag WAO-uitkering. Laattijdige aanvraag. Het Uwv heeft terecht het standpunt ingenomen dat niet vast is komen te staan dat appellant na het intreden van zijn ongeschiktheid in november…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6649Rechtbank Overijssel, 30 juni 2025 (bestuursrecht)

    Nieuwe loondoorbetalingsverplichting voor de werkgever terecht. Eerder uitgevallen. Volledige hervatting in eigen werk voor minstens vier weken. Bij opnieuw uitvallen, begint op nieuw de wachttijd.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:131Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De WAO-uitkering van appellant wordt met ingang van 27 mei 2019 ongewijzigd voortgezet. Beoordeling fictief tweede recht, nieuwe beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid na een wachttijd van 104…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:11654Rechtbank Noord-Holland, 22 december 2022 (bestuursrecht)

    Schadevergoeding wegens onterecht opgelegde loonsanctie.

203 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.