Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAO

Huidige tekst

Artikel 4 WAO

Geldt sinds 1 januari 2005

  1. 1

    Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van: a.degene, die anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt; b.degene, die de onder a bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c.degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; d.degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; e.vervallen; f.degene, die als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij 1. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid verzekerd is bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of 2. exploitant of mede-exploitant van het vaartuig is; g.vervallen; h.degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die met haar leden uitsluitend arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek sluit, indien hij lid is van de coöperatie en deze blijkens haar statuten en met inachtneming van de vereisten gesteld in het derde lid en krachtens het vierde lid kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur.

  2. 2

    Het bepaalde in het vorige lid, onder a en b, blijft buiten toepassing, indien de onder a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.

  3. 3

    Een coöperatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, dient te voldoen aan de vereisten, dat: a.doorgaans ten minste twee derde deel van het aantal personen met wie de coöperatie een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten, lid van de coöperatie is; b.het lidmaatschap van de coöperatie door ieder van de in onderdeel a bedoelde personen onder dezelfde voorwaarden kan worden verkregen en voorwaarden van geldelijke aard geen wezenlijke belemmering vormen voor de verkrijging van het lidmaatschap; c.de leden van de coöperatie ieder één stem hebben; d.de arbeidsvoorwaarden van de leden van de coöperatie niet wezenlijk verschillen van hetgeen gebruikelijk is bij gelijksoortige ondernemingen in de desbetreffende sector; e.een lid van de coöperatie, behoudens in geval van liquidatie van de coöperatie, bij beëindiging van zijn lidmaatschap ten hoogste aanspraak kan maken op het door hem uit hoofde van een geldelijke voorwaarde als bedoeld in onderdeel b, hetzij uit anderen hoofde aan de coöperatie betaalde bedrag, herrekend naar geldontwaarding.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarbij de in het derde lid genoemde vereisten a. nader worden bepaald; b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die: a.in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of b.niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; c.directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:1955Centrale Raad van Beroep, 8 september 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering WAO-uitkering toe te kennen op de grond dat appellant niet verzekerd was voor de Wet WIA. Niet voldaan aan voorwaarden voor arbeidsovereenkomst. Geen stukken ingebracht waaruit kan worden…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BV0834Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering. Gelet op het samenstel van medische feiten en omstandigheden kan worden gezegd dat er, ondanks de behandeling, geen kans op verbetering in het eerste jaar…

  • ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3799Rechtbank Utrecht, 4 februari 2011 (socialezekerheidsrecht)

    Arbeidsongeschiktheid. Geen wettelijke grondslag voor anticumuleren van WAZ-uitkering met WIA-uitkering bij gelijktijdig ontstane arbeidsongeschiktheid in de periode van 1 januari 2004 tot 1 augustus…

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AT5179Centrale Raad van Beroep, 21 april 2005 (socialezekerheidsrecht)

    Dienstbetrekking. Deelvisserij. Handkokkelvisserij.

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AS3988Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2005 (socialezekerheidsrecht)

    Gezagsuitoefening moet tot de mogelijkheden hebben behoord; aan alle voorwaarden voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan.

  • ECLI:NL:CRVB:2004:AR5900Centrale Raad van Beroep, 11 november 2004 (socialezekerheidsrecht)

    Fictieve dienstbetrekking; verzekeringsplicht voor musici en artiesten; correctie- en boetenota’s.

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AI0654Centrale Raad van Beroep, 17 juli 2003 (socialezekerheidsrecht)

    Verzekeringsplichtige arbeidsrelatie. Kan er sprake zijn van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, ondanks dat door het Uwv erkend is dat er geen sprake is van een verplichting tot persoonlijke…

  • ECLI:NL:CRVB:2002:AE3733Centrale Raad van Beroep, 17 april 2002 (socialezekerheidsrecht)

    -

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.