Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAO

Huidige tekst

Artikel 18 WAO

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.

  2. 2

    Degene die op en sedert het tijdstip dat zijn verzekering een aanvang neemt, reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van het eerste lid, wordt voor wat de door hem aan deze wet te ontlenen aanspraken betreft als geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt aangemerkt, indien hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen soortgelijke personen, die in dezelfde mate arbeidsongeschikt zijn in de zin van het eerste lid, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. De eerste zin blijft buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft genoten, behoudens voorzover het betreft gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid, die bestond op de dag, voorafgaande aan de eerste dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

  3. 3

    Indien de bij de aanvang van de verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid naderhand is afgenomen vindt het tweede lid vervolgens overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid is afgenomen.

  4. 4

    Het tweede en derde lid vinden geen toepassing indien bij de aanvang van de verzekering de betrokkene uit hoofde van een vroegere verzekeringsperiode reeds een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt.

  5. 5

    In het eerste en tweede lid wordt onder de eerstgenoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.

  6. 6

    Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen.

  7. 7

    Vervallen.

  8. 8

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.

  9. 9

    De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  10. 10

    Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:322Hoge Raad, 21 februari 2020 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Schuldsaneringsregeling, verrekening (art. 307 lid 1 Fw). Besluit tot toekenning van WAO-uitkering. Verrekening door uitkerende instantie. Moment waarop schuld van…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AS8388Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2005 (civiel recht)

    10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/005HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering, t e g e…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AO4595Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2004 (civiel recht)

    23 april 2004 Eerste Kamer Nr. C02/336HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering, t e g…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:794Centrale Raad van Beroep, 10 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en aanpassing WAO-uitkering. Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid per 1 november 2020 naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45% en per 19 augustus 2021 ongewijzigd naar de…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:428Centrale Raad van Beroep, 8 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 maart 2022 van 35 tot 45%. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:12759Rechtbank Noord-Holland, 28 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Verzoek om schadevergoeding. Benoeming deskundige. Geen sprake van een onrechtmatig handelen of onrechtmatige besluiten, omdat het Uwv op basis van de informatie die bekend was juiste beslissingen…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1737Centrale Raad van Beroep, 29 augustus 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Herbeoordeling. Motiveringsgebrek. Verbetering gronden. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:131Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De WAO-uitkering van appellant wordt met ingang van 27 mei 2019 ongewijzigd voortgezet. Beoordeling fictief tweede recht, nieuwe beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid na een wachttijd van 104…

839 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.