Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAO

Huidige tekst

Artikel 52 WAO

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

  2. 2

    Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

  3. 3

    De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

  4. 4

    Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:1995:AA1494Hoge Raad, 10 mei 1995 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:CRVB:2020:3147Centrale Raad van Beroep, 26 november 2020 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad leidt uit genoemde feiten en omstandigheden af dat in het specifieke geval van appellant de termijn van zes weken om zijn registratie bij de gemeente te laten aanpassen, niet redelijk was.…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:22Centrale Raad van Beroep, 3 januari 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Geen sprake van een spoedeisend belang in financieel opzicht bij het treffen van de gevraagde voorziening.

  • ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2164Centrale Raad van Beroep, 22 februari 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling nabetaling WAO. Het Uwv heeft op de WAO-uitkering van appellant terecht het “war pension” in mindering gebracht. Het “war pension” is terecht aangemerkt als een…

  • ECLI:NL:CRVB:2001:AB1905Centrale Raad van Beroep, 18 april 2001 (socialezekerheidsrecht)

    -

  • ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1659Centrale Raad van Beroep, 28 september 1989 (socialezekerheidsrecht)

    De BV heeft het door betrokkene genoten en door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen toegekende pensioen, dat door de BV wordt gekwalificeerd als een uitkering ingevolge de sociale…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.