Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAO

Huidige tekst

Artikel 59b WAO

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    De vakantie-uitkering bedraagt 8 pct. van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop recht bestond in de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.

  2. 2

    Indien artikel 39b, 43a, zesde lid, 44 of 47, zevende lid, is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in het eerste lid verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat artikel 39b, 43a, zesde lid, 44 of 47, zevende lid, is toegepast.

  3. 3

    De uitbetaling van de vakantie-uitkering vindt eenmaal per jaar ambtshalve plaats in de maand mei.

  4. 4

    Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, wordt het percentage van de in het eerste lid bedoelde vakantie-uitkering, alsmede de noemer van de in de artikelen 21, tweede lid en 22, bedoelde breuk dienovereenkomstig aangepast. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat over de periode aanvangende met de dag waarop de wijziging ingaat. Het aldus gewijzigde percentage en de aldus gewijzigde noemer treden in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage onderscheidenlijk de in de artikelen 21, tweede lid en 22, genoemde noemer.

  5. 5

    De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

  6. 6

    In afwijking van het derde lid vindt, indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd en het niet aannemelijk is dat binnen korte tijd wederom recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering zal ontstaan, uitbetaling van de vakantieuitkering plaats gelijktijdig met de uitbetaling van de laatste termijn van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of zo spoedig mogelijk daarna.

  7. 7

    Indien na de toepassing van het zesde lid wederom recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat en dientengevolge het derde lid of het zesde lid moet worden toegepast, wordt daarbij rekening gehouden met hetgeen met toepassing van het zesde lid reeds werd uitbetaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1743Centrale Raad van Beroep, 19 april 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat appellant op de juiste wijze gevolg heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 39b van de WAO. Hieruit volgt dat bij de verrekening van het…

  • ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7769Centrale Raad van Beroep, 10 juni 2011 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging loondervingsuitkering op grond van de WAO per 16 april 2008, voortzetting uitkering als een vervolguitkering. De Raad overweegt dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AY0262Centrale Raad van Beroep, 4 juli 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Is de aanvraag langdurigheidstoeslag terecht afgewezen omdat betrokkene voorafgaande aan de aanvraag gerekend over een ononderbroken periode van 60 maanden over een langere periode een inkomen heeft…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.