Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 8.12 VB

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, heeft langer dan drie maanden na inreis rechtmatig verblijf in Nederland, indien hij: a.in Nederland werknemer of zelfstandige is dan wel Nederland is ingereisd om werk te zoeken en kan bewijzen dat hij werk zoekt en een reële kans op werk heeft; b.voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan en over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt; c.is ingeschreven voor een opleiding die is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 6.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, om als hoofdbezigheid een studie of beroepsopleiding te volgen, beschikt over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt, en hij met een verklaring of een gelijkwaardig middel naar zijn keuze de zekerheid verschaft dat hij beschikt over voldoende middelen van bestaan voor zichzelf en zijn familieleden; d.een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, is van een vreemdeling als bedoeld onder a of b; e.de echtgenoot, de geregistreerde partner of een kind is dat ten laste is van een vreemdeling als bedoeld onder c; f.familielid is als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, en hij in het land van herkomst ten laste is van of inwoont bij een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c; g.familielid is als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, en hij vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, strikt behoeft; of h.partner is als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, en hij een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, dan wel rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn, jonger dan 18 jaar, is van een zodanige partner.

  2. 2

    Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, eindigt niet om de enkele reden dat die vreemdeling niet langer werknemer of zelfstandige is: a.in geval van tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of ongeval; b.indien hij na werkzaamheden als werknemer of zelfstandige van ten minste een jaar onvrijwillig werkloos is en als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is ingeschreven; c.gedurende een periode van ten minste zes maanden, nadat hij onvrijwillige werkloos is geworden door de afloop van een arbeidsovereenkomst korter dan een jaar, dan wel nadat hij gedurende de eerste twaalf maanden onvrijwillig werkloos geworden is, indien hij als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is ingeschreven; d.indien hij een beroepsopleiding gaat volgen, die, behoudens ingeval van onvrijwillige werkloosheid, verband houdt met de voorafgaande beroepsactiviteit.

  3. 3

    Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, beschikt de vreemdeling met een inkomen ter hoogte van het normbedrag dat in artikel 3.74 voor de desbetreffende categorie is vastgesteld, in ieder geval over voldoende middelen van bestaan.

  4. 4

    De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, kan zich aanmelden bij Onze Minister ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie, ingeval hij langer dan drie maanden in Nederland heeft verbleven dan wel beoogt langer dan drie maanden in Nederland te verblijven.

  5. 5

    Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gegevens en bescheiden die de vreemdeling bij de in het vorige lid bedoelde melding moet verstrekken of overleggen.

  6. 6

    Onze Minister verstrekt na de in het vierde lid bedoelde inschrijving onmiddellijk een verklaring van inschrijving, waarin naam en adres van de ingeschreven vreemdeling en de datum van inschrijving worden vermeld.

  7. 7

    De in het vierde en vijfde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1575Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:656Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Uit winstbejag behulpzaam zijn bij verschaffen wederrechtelijk verblijf van meerdere personen, begaan door persoon die daar beroep van maakt (art. 197a lid 2 en 4 Sr). Aanvragen…

  • ECLI:NL:HR:2016:1008Hoge Raad, 31 mei 2016 (strafrecht)

    Behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, kan worden beschouwd als het verlenen van hulp bij het verschaffen van…

  • ECLI:NL:PHR:2016:323Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2016 (strafrecht)

    Behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, kan worden beschouwd als het verlenen van hulp bij het verschaffen van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26963Rechtbank Den Haag, 16 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht en geen afgeleid verblijfsrecht, de belangen zijn afdoende meegewogen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9100Rechtbank Amsterdam, 10 september 2026 (europees strafrecht)

    Tussenuitspraak inzake executie-EAB uit Polen. Bij de beoordeling van de verblijfsduur wordt teruggerekend vanaf de dag waarop de overleveringsrechter uitspraak doet , tenzij de opgeëiste persoon…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26084Rechtbank Den Haag, 2 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Verweerder heeft vastgesteld dat het verblijfsrecht van eiseres als gemeenschapsonderdaan is geëindigd. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25349Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Artikel 18 en 19, Terugtrekkingsakkoord; artikel 7, eerste lid, Verblijfsrichtlijn Verweerder heeft een melding van de gemeente ontvangen dat eiser, samen met zijn echtgenote, met ingang van 26 juli…

226 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.