Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 8.13 VB

Geldt sinds 1 maart 2016

  1. 1

    De vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, heeft langer dan drie maanden na inreis rechtmatig verblijf in Nederland, voor zover hij in Nederland verblijft bij een vreemdeling als bedoeld in artikel 8.12, eerste lid, onder a, b of c.

  2. 2

    De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, meldt zich uiterlijk binnen een maand na afloop van de in artikel 8.11, tweede lid, bedoelde periode aan bij Onze Minister, in geval hij beoogt langer dan drie maanden in Nederland te verblijven, en dient daarbij een aanvraag in tot afgifte van een verblijfsdocument.

  3. 3

    Bij de indiening van de aanvraag legt de vreemdeling over: a.een geldig paspoort; b.de verklaring van inschrijving van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verblijft; c.een document waaruit de familierechtelijke relatie of duurzame relatie blijkt met de vreemdeling, bedoeld onder b; en d.voor zover hij in Nederland verblijft als familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d: bewijs dat hij een dergelijk familielid is; e.voor zover hij in Nederland verblijft als familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de vreemdeling, bedoeld onder b, onderscheidenlijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijke zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; f.voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid: een bij ministeriële regeling vast te stellen relatieverklaring; g.voor zover hij in Nederland verblijft als rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn, jonger dan 18 jaar, van een partner als bedoeld onder f: bewijs dat is voldaan aan de artikelen 3.13 tot en met 3.22.

  4. 4

    Onze Minister verstrekt onmiddellijk na de ontvangst van de aanvraag een verklaring dat de aanvraag is ingediend.

  5. 5

    Onze Minister verstrekt de verblijfsgerechtigde vreemdeling binnen zes maanden na de ontvangst van de aanvraag een verblijfsdocument waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. Artikel 25, tweede en derde lid, van de Wet is niet van toepassing.

  6. 6

    Het verblijfsdocument wordt afgegeven met een geldigheidsduur: a.die gelijk is aan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie de vreemdeling in Nederland verblijft, indien die duur korter is dan vijf jaar; b.van vijf jaar in de overige gevallen.

  7. 7

    De in het tweede en derde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:1008Hoge Raad, 31 mei 2016 (strafrecht)

    Behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, kan worden beschouwd als het verlenen van hulp bij het verschaffen van…

  • ECLI:NL:PHR:2016:323Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2016 (strafrecht)

    Behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, kan worden beschouwd als het verlenen van hulp bij het verschaffen van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:5311Rechtbank Den Haag, 13 maart 2026 (vreemdelingenrecht)

    Niet tijdig beslissen. Verblijfsdocument EU/EER. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RVS:2026:412Raad van State, 23 januari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en zijn…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:14682Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2025 (vreemdelingenrecht)

    Regulier. De minister heeft op goede gronden vastgesteld dat het verblijfsrecht van eisers op grond van het Terugtrekkingsakkoord is geëindigd. De minister heeft niet ten onrechte geen aanleiding…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:7328Rechtbank Den Haag, 8 mei 2024 (vreemdelingenrecht)

    Beroep tegen niet tijdig beslissen (BNT), verblijfsdocument EU/EER, gegrond, nadere termijn twee weken, rechterlijke dwangsom.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:14299Rechtbank Den Haag, 7 juli 2023 (vreemdelingenrecht)

    duurzaam verblijf burgers van de Unie - artikel 8.17, vierde lid, onder c van het Vreemdelingenbesluit 2000 - ongegrond

  • ECLI:NL:RVS:2023:1272Raad van State, 31 maart 2023 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 17 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000…

61 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.